Het leven van Jezus tot zijn twaalfde jaar 3 studies
Het begin van de bediening in Galilea 2 studies
Van het tweede tot het derde pesachfeest 14 studies
- 6De farizeeën overwegen de Messias Jezus te vermoorden
- 7De samenkomst van de leerlingen en de menigte
- 8De Bergrede (1), de zaligsprekingen
- 9De Bergrede (5), de verhouding van de Messias Jezus tot de wet
- 10De lof voor Johannes de Doper
Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week 9 studies
- 20Gelijkenis van het verloren schaap
- 21De terugkeer van de 70 discipelen
- 22De gelijkenis van de opdringerige vriend
- 23Het mosterdzaad en het zuurdeeg
- 24Onderwijs van de Messias Jezus op weg naar Jeruzalem
Het optreden van Jezus: roepingen, wonderen en onderwijs 1 studie
De laatste week vóór de arrestatie 2 studies
De laatste dag tot de kruisiging 2 studies
De tegenstrijdigheden 6 studies
- 34Het ezelsveulen en de ezelin?
- 35Johannes de Doper opgestaan?
- 36Het bloedveld?
- 37Hoe vaak ging Jezus bij zijn leerlingen vandaan om te bidden?
- 38Wat zegt de honderdman wanneer Jezus sterft?
Bediening van Petrus 21 studies
- 40De Handelingen van de Apostelen
- 41De inleiding van Lucas
- 42Gesprek van de apostelen met Jezus
- 43De hemelvaart van Jezus
- 44De vervulling van de belofte
Wonderen 1 studie
Historische aantekeningen 1 studie
Het leven van Jezus tot zijn twaalfde jaar
-
PER001
Waarom en hoe schreef Lucas zijn evangelie?
Dit artikel beschrijft de redenen en de werkwijze van Lucas bij het schrijven van zijn Evangelie en benadrukt zijn zorgvuldige, historische benadering om betrouwbare verslagen over het leven van Jezus samen te stellen.
Lukas 1.1-4 (De Heilige Schrift 1917) :Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben;Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn;Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theofilus!Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
Ter aanvulling
-
ANN001
Het Evangelie van Lucas
Het Evangelie volgens Lucas vormt samen met de Handelingen van de apostelen een werk in twee delen over de oorsprong van het christendom. Lucas was geen getuige…
-
ANN001
Het Evangelie van Lucas
-
PER003
Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper
Dit artikel beschrijft de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper, die uitsluitend in het Evangelie van Lucas wordt verteld. Het belicht de aandacht voor historische details en de profetische betekenis van Johannes als voorloper van Jezus.
Lukas 1.5-25 (De Heilige Schrift 1917) :In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen.En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechter zijde van het altaar des reukoffers.En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen.Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.En hij zal velen der kinderen Israels bekeren tot den Heere, hun God.En hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.En Zacharias zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriel, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel.En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER011
De eerste volkstelling van Quirinius
Dit artikel onderzoekt de omstreden volkstelling van Quirinius, alleen door Lucas vermeld, die in -2 v.Chr. zou hebben plaatsgevonden zonder dat tastbaar bewijs beschikbaar is. Lucas zou zijn eigentijdse bronnen hebben gecontroleerd, wat zijn verhaal geloofwaardiger maakt, al blijft de historiciteit van de gebeurtenis omstreden.
Lukas 2.1-2 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden.Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Het begin van de bediening in Galilea
-
PER049
Aankomst in Kafarnaüm in Galilea
Het artikel onderzoekt Jezus' bediening in Kafarnaüm, zijn thuisbasis in Galilea, die vaak in de evangeliën wordt genoemd. Verschillende leerlingen woonden er en de stad diende als uitvalsbasis voor zijn verkondiging.
Markus 1.29-31 (De Heilige Schrift 1917) :En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER061
De toewijding van de leerling
Het artikel onderzoekt de toewijding van de leerlingen van Jezus aan de hand van de evangeliën van Matteüs en Lucas. Het bespreekt de uitdagingen en beproevingen die verbonden zijn aan de keuze om Jezus te volgen, het vermogen van de Messias tot geestelijk onderscheid en de familieverplichtingen van de leerlingen. Het is in Galilea geworteld en benadrukt de uitwerking van de vernieuwende bediening van Jezus.
Mattheüs 8.18-22 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave.Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Van het tweede tot het derde pesachfeest
-
PER078
De farizeeën overwegen de Messias Jezus te vermoorden
Perikoop 78 beschrijft het besluit van de farizeeën om de Messias Jezus te vermoorden, na de genezing van de man met de verlamde hand op een sabbat. In het jaar 31 staat in Kafarnaüm een vijandige godsdienstige leiding lijnrecht tegenover een bewonderend volk. Afwijkende stemmen, zoals Nicodemus en Gamaliël, getuigen van interne tegenstand binnen het Sanhedrin. Ondanks dit complot zet Jezus zijn dienst vastberaden voort.
Lukas 6.11 (De Heilige Schrift 1917) :En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER084
De samenkomst van de leerlingen en de menigte
Het artikel behandelt de samenkomst van de leerlingen en de menigte in Galilea, waar Jezus na de keuze van de twaalf apostelen zijn Bergrede houdt. De menigte komt vooral voor de wonderbaarlijke genezingen, maar dit moment is ook wezenlijk voor het onderricht van Jezus' boodschap. Lucas en Matteüs geven twee aanvullende perspectieven op deze gebeurtenis.
Mattheüs 5.1-2 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER085
De Bergrede (1), de zaligsprekingen
Het artikel onderzoekt de Bergrede en benadrukt verschillen tussen Matteüs en Lucas. Het legt uit hoe dit onderricht van Jezus, vooral tot de leerlingen gericht, vaak werd herhaald en verzameld. Bijzondere aandacht gaat naar de zaligsprekingen en hun geestelijke betekenis.
Lukas 6.20-26 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER089
De Bergrede (5), de verhouding van de Messias Jezus tot de wet
Dit vijfde deel over de Bergrede onderzoekt Jezus' verhouding tot de wet van Mozes op grond van Matteüs 5.17-20. Jezus verklaart dat hij de wet niet komt afschaffen, maar volledig vervullen volgens Gods oorspronkelijke bedoeling. Hij onderscheidt de ware wet van Mozes van godsdienstige tradities die schriftgeleerden en farizeeën toevoegden, en waarschuwt dat hun geïnstitutionaliseerde gerechtigheid niet naar het koninkrijk van de hemel leidt.
Mattheüs 5.17-20 (De Heilige Schrift 1917) :Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER114
De lof voor Johannes de Doper
Jezus brengt in Kafarnaüm hulde aan Johannes de Doper (mei-juni 31), volgens Matteüs 11.7-19 en Lucas 7.24-35. Zonder zijn leerlingen voor zich te willen winnen, bevestigt Hij de profetische grootheid van Johannes, vereenzelvigt Hij hem met de door Maleachi aangekondigde Elia en wijst Hij op het einde van het oude verbond. Hij stelt het Koninkrijk van God tegenover het koninkrijk dat de farizeeën volgens hun eigen regels hebben opgebouwd.
Lukas 7.24-35 (De Heilige Schrift 1917) :Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die in heerlijke kleding en wellust zijn, die zijn in de koninklijke hoven.Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.Deze is het, van welken geschreven is: Ziet, Ik zende Mijn engel voor uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.Want Ik zeg ulieden: Onder die van vrouwen geboren zijn, is niemand meerder profeet, dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk Gods is meerder dan hij.En al het volk, Hem horende, en de tollenaars, die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God.Maar de Farizeen en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde.En de Heere zeide: Bij wien zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk?Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.Want Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende, noch wijn drinkende; en gij zegt: Hij heeft den duivel.De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren.Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van al haar kinderen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER118
Jezus, de Messias, verkondigt met zijn leerlingen het Koninkrijk van God
Het artikel onderzoekt hoe Jezus samen met zijn leerlingen het Koninkrijk van God verkondigde. Het benadrukt het belang van de vrouwen die deze tochten ondersteunden en het onderscheid tussen prediken en verkondigen volgens Lucas.
Markus 15.40-41 (De Heilige Schrift 1917) :En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER133
Gelijkenis en waarschuwing over de terugkomst van de Messias Jezus
Het artikel onderzoekt een gelijkenis over de terugkomst van de Messias Jezus en benadrukt de voorbereiding en waakzaamheid van de leerlingen. Aan de hand van Lucas, Matteüs en Marcus verkent het de noodzaak van een geestelijk gericht leven, gezien de onzekerheid over het tijdstip van de terugkomst van de Messias.
Markus 13.32-37 (De Heilige Schrift 1917) :Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.Gelijk een mens, buiten 's lands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER136
De Messias Jezus als aanleiding tot verdeeldheid
Het artikel onderzoekt hoe de onderwijzingen van Jezus volgens de evangeliën verdeeldheid veroorzaken. De centrale boodschap is dat het volgen van Jezus tot persoonlijke en geestelijke conflicten kan leiden, maar een unieke mogelijkheid tot redding biedt.
Mattheüs 10.34-39 (De Heilige Schrift 1917) :Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig.Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER143
De gelijkenis van het mosterdzaad
De gelijkenis van het mosterdzaad (Mt 13.31-32; Mc 4.30-32; Lc 13.18-19) illustreert het Koninkrijk van God aan de hand van een piepklein zaadje dat een grote boom wordt. Ze werd in 31 na Chr. bij Kafarnaüm uitgesproken en leert dat het Koninkrijk bescheiden begint, maar een buitengewone groei doormaakt en iedereen beschutting en een welkom biedt. Ze nodigt uit tot geloof, geduld en vertrouwen op God voor geestelijke groei.
Lukas 13.18-19 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken?Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER145
De gelijkenis van het zuurdeeg
De gelijkenis van het zuurdeeg (Mt 13.33-35; Lc 13.20-21) illustreert de onopvallende maar krachtige groei van het Koninkrijk van God. Zoals het zuurdeeg het hele deeg verandert, werkt het Koninkrijk geleidelijk in de harten. Matteüs verbindt dit onderwijs met de vervulling van Psalm 78.2. Iedere gelovige wordt geroepen om een actieve rol te spelen in deze verspreiding. Deze gelijkenis werd omstreeks november-december 31 bij Kafarnaüm uitgesproken en is de vierde gelijkenis van de grote toespraak in Matteüs 13.
Mattheüs 13.33-35 (De Heilige Schrift 1917) :Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER151
De Messias Jezus stilt de storm
Na een intense dag van onderwijs steekt Jezus met zijn discipelen het Meer van Tiberias over. Er breekt een hevige storm los die de boot dreigt te doen zinken. Wakker gemaakt door de in paniek geraakte discipelen gebiedt Jezus de elementen te zwijgen, en meteen valt er een grote stilte. Deze gebeurtenis, verteld door Matteüs, Marcus en Lukas, openbaart het goddelijke gezag van Jezus over de natuur en leert hoe belangrijk een onwankelbaar geloof is, zelfs midden in beproevingen.
Markus 4.35-41 (De Heilige Schrift 1917) :En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde.En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het schip was; en er waren nog andere scheepjes met Hem.En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd.En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER154
De genezing van de vrouw met bloedvloeiingen
Pericoop 154 vertelt over de genezing van een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed, zoals beschreven door Matteüs, Marcus en Lucas. In Kafarnaüm raakt zij onopvallend het kleed van Jezus aan, terwijl Hij onderweg is naar het huis van Jaïrus. Zij wordt op slag genezen en door Jezus publiekelijk herkend, die verklaart: 'Uw geloof heeft u gered.' Het artikel vergelijkt de drie synoptische verslagen en onderzoekt de theologische, christologische en sociale betekenis van dit geloofswonder.
Mattheüs 9.20-22 (De Heilige Schrift 1917) :(En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER162
Uitzending van de twaalf apostelen
De perikoop 162 vertelt over de uitzending van de twaalf apostelen door Jezus in Galilea, enkele weken voor Pasen (maart 32 n.Chr.). Dit verhaal, overgeleverd door Matteüs (10.1-15), Marcus (6.6-13) en Lucas (9.1-6), toont de discipelen die twee aan twee worden uitgezonden om het koninkrijk te prediken, te genezen en demonen uit te drijven. Elke evangelist brengt zijn eigen perspectief in op de reisinstructies en de aard van de zending.
Markus 6.6-13 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER166
De terugkeer van de apostelen
Na hun evangelisatiezending in Galilea keren de apostelen terug naar Jezus en leggen hem verantwoording af over hun werk. Marcus benadrukt hun uitputting en de behoefte aan rust op een eenzame plaats, terwijl Lucas verduidelijkt dat de terugtrekking plaatsvindt in de richting van Betsaïda. Deze perikoop belicht het medeleven van Jezus met zijn leerlingen, het belang van rust in de bediening en de praktijk van apostolische verantwoording. De gebeurtenis speelt zich af in Galilea in maart 32 n.Chr.
Markus 6.30-31 (De Heilige Schrift 1917) :En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week
-
PER202
Gelijkenis van het verloren schaap
De gelijkenis van het verloren schaap (Mt 18.10-14; Lc 15.3-7) wordt door Jezus onderwezen in Kafarnaüm in september 32 n.Chr., kort voor zijn definitieve vertrek uit Galilea. Matteüs legt de nadruk op de bescherming van de ‘kleinen’ en op Gods wil om niemand van hen te verliezen, terwijl Lucas de hemelse vreugde over de berouwvolle zondaar benadrukt. De figuur van de herder verwijst naar de messiaanse zending van Jezus, de goede herder, die zijn leerlingen op zijn afwezigheid voorbereidt door hun een geestelijke gids te beloven.
Johannes 10.11-18 (De Heilige Schrift 1917) :Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.Maar de huurling, en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen, en verlaat de schapen, en vliedt; en de wolf grijpt ze, en verstrooit de schapen.En de huurling vliedt, overmits hij een huurling is, en heeft geen zorg voor de schapen.Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend.Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen.Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme.Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER221
De terugkeer van de 70 discipelen
De terugkeer van de zeventig discipelen (Lucas 10.17-24) laat hun verwondering na hun zending zien. Jezus richt hen weer op het wezenlijke: zich verheugen dat hun namen in de hemelen zijn opgeschreven. Hij verkondigt de goddelijke soevereiniteit in de openbaring, die aan de nederigen wordt geschonken en niet aan de wijzen. De verklaring in vers 22 bevestigt de unieke verbondenheid van de Vader en de Zoon, waardoor Jezus de enige middelaar van de goddelijke kennis is. Lucas onderstreept zo de continuïteit van het evangeliewerk.
Lukas 10.17-24 (De Heilige Schrift 1917) :En de zeventigen zijn wedergekeerd met blijdschap, zeggende: Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam.En Hij zeide tot hen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen.Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER225
De gelijkenis van de opdringerige vriend
De gelijkenis van de opdringerige vriend (Lucas 11.5-13), die alleen in het evangelie van Lucas voorkomt, volgt op het onderwijs over het Onze Vader. Daarin leert Jezus volharding in het gebed: als een vriend uiteindelijk toegeeft aan aandringen, hoeveel vrijgeviger zal God dan geven aan wie hem in geloof bidden, door zelfs de Heilige Geest te schenken aan wie erom vragen.
Lukas 11.5-8 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER232
Het mosterdzaad en het zuurdeeg
De perikoop PER232 bevat de twee tweelinggelijkenissen van het mosterdzaadje en het zuurdesem (Lucas 13.18-21). Ze werden op een sabbat uitgesproken bij een synagoge in Jeruzalem en tonen de aard van het koninkrijk van God: het begint nederig, groeit krachtig en werkt verborgen maar veranderend. Deze twee elkaar aanvullende beelden nodigen uit om de stille en onweerstaanbare groei van Gods heerschappij in de wereld waar te nemen.
Mattheüs 13.31-32 (De Heilige Schrift 1917) :Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, hetwelk een mens heeft genomen en in zijn akker gezaaid;Hetwelk wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het opgewassen is, dan is 't het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom, alzo dat de vogelen des hemels komen en nestelen in zijn takken.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER233
Onderwijs van de Messias Jezus op weg naar Jeruzalem
De pericoop PER233 verhaalt over het onderwijs van Jezus tijdens zijn reis naar Jeruzalem, dat alleen door Lucas wordt overgeleverd (Lc 13.22-33), in december van het jaar 32. Jezus trekt door steden en dorpen en onderwijst over de nauwe poort en het Koninkrijk van God. Het artikel plaatst deze meervoudige reizen tussen Betanië en Jeruzalem in hun context, in een klimaat van groeiende spanning met de farizeeën en Herodes Antipas.
Johannes 10.22-23 (De Heilige Schrift 1917) :En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER238
De veeleisende toewijding van de discipel
De pericoop 238 geeft een onderwijs weer dat alleen bij Lucas voorkomt (14.25-27) over de eisen van het discipelschap. Op weg naar Betanië, na 4 december 32, spreekt de Messias Jezus een grote menigte toe: de Messias volgen betekent hem absolute voorrang geven boven elke menselijke relatie ('haten' in semitische zin) en bereid zijn zijn kruis te dragen, dat wil zeggen lijden en verwerping omarmen om trouw te blijven. Een totale toewijding, zonder compromissen.
Mattheüs 10.37 (De Heilige Schrift 1917) :Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER239
De gelijkenis van de toren
De gelijkenis van de toren (Lucas 14.28-30), die alleen door Lucas wordt overgeleverd, maakt deel uit van een rede van Jezus over de prijs van het discipelschap. Met het beeld van een bouwer die zijn middelen berekent voordat hij gaat bouwen, nodigt Jezus zijn discipelen uit tot een weloverwogen, helder en volhardend engagement, en waarschuwt hij voor een oppervlakkig of emotioneel geloof zonder geestelijke rijpheid.
Lukas 14.28 (De Heilige Schrift 1917) :Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER240
De gelijkenis van de koning die zich op de oorlog voorbereidt
De gelijkenis van de koning die zich op de oorlog voorbereidt (Lucas 14.31-33), die alleen door Lucas wordt overgeleverd, illustreert de eisen van het discipelschap. Tegenover een tegenstander die twee keer zo sterk is, kiest een koning voor onderhandeling in plaats van strijd. Zo vraagt ook het volgen van Jezus de Messias om nuchterheid, nederigheid en volledige verloochening van zichzelf. Lucas plaatst deze onderwijzing in een thematische reeks over de prijs van het christelijk leven, vóór het feest van de Inwijding in december van het jaar 32 n.Chr.
Lukas 13-19 (De Heilige Schrift 1917) :En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgeboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet.En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgeboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben;En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen.En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken?En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats?En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk, en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken?Het is gelijk aan een mostaardzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op, en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.En Hij zeide wederom: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken?Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem.En er zeide een tot Hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen:Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.Alsdan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd.En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.En ziet, er zijn laatsten, die de eersten zullen zijn; en er zijn eersten, die de laatsten zullen zijn.Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeen, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden.En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage worde Ik voleindigd.Doch Ik moet heden, en morgen, en den volgenden dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!En het geschiedde, als Hij gekomen was in het huis van een der oversten der Farizeen, op den sabbat, om brood te eten, dat zij Hem waarnamen.En ziet, er was een zeker waterzuchtig mens voor Hem.En Jezus, antwoordende, zeide tot de wetgeleerden en Farizeen, en sprak: Is het ook geoorloofd op den sabbat gezond te maken?Maar zij zwegen stil. En Hij nam hem, en genas hem, en liet hem gaan.En Hij, hun antwoordende, zeide: Wiens ezel of os van ulieden zal in een put vallen, en die hem niet terstond zal uittrekken op den dag des sabbats?En zij konden Hem daarop niet weder antwoorden.En Hij zeide tot de genoden een gelijkenis, aanmerkende, hoe zij de vooraanzittingen verkozen; zeggende tot hen:Wanneer gij van iemand ter bruiloft genood zult zijn, zo zet u niet in de eerste zitplaats; opdat niet misschien een waardiger dan gij van hem genood zij;En hij, komende, die u en hem genood heeft, tot u zegge: Geef dezen plaats; en gij alsdan zoudt beginnen met schaamte de laatste plaats te houden.Maar wanneer gij genood zult zijn, ga heen en zet u in de laatste plaats; opdat, wanneer hij komt, die u genood heeft, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op. Alsdan zal het u eer zijn voor degenen, die met u aanzitten.Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.En Hij zeide ook tot dengene, die Hem genood had: Wanneer gij een middagmaal of avondmaal zult houden, zo roep niet uw vrienden, noch uw broeders, noch uw magen, noch uw rijke geburen; opdat ook dezelve u niet te eniger tijd wedernoden, en u vergelding geschiede.Maar wanneer gij een maaltijd zult houden, zo nood armen, verminkten, kreupelen, blinden;En gij zult zalig zijn, omdat zij niet hebben, om u te vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.En als een van degenen, die mede aanzaten, deze dingen hoorde, zeide hij tot Hem: Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods.Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.En hij zond zijn dienstknecht uit ten ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.En zij begonnen allen zich eendrachtelijk te ontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen, om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.En dezelve dienstknecht weder gekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in.En de dienstknecht zeide: Heere, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats.En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;Want ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.En vele scharen gingen met Hem; en Hij, Zich omkerende, zeide tot hen:Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.En wie zijn kruis niet draagt, en Mij navolgt, die kan Mijn discipel niet zijn.Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is?Opdat niet misschien, als hij het fondament gelegd heeft, en niet kan voleindigen, allen, die het zien, hem beginnen te bespotten.Zeggende: Deze mens heeft begonnen te bouwen, en heeft niet kunnen voleindigen.Of wat koning, gaande naar den krijg, om tegen een anderen koning te slaan, zit niet eerst neder, en beraadslaagt, of hij machtig is met tien duizend te ontmoeten dengene, die met twintig duizend tegen hem komt?Anderszins zendt hij gezanten uit, terwijl degene nog verre is, en begeert, hetgeen tot vrede dient.Alzo dan een iegelijk van u, die niet verlaat alles, wat hij heeft, die kan Mijn discipel niet zijn.Het zout is goed; maar indien het zout smakeloos geworden is, waarmede zal het smakelijk gemaakt worden?Het is noch tot het land, noch tot den mesthoop bekwaam; men werpt het weg. Wie oren heeft, om te horen, die hore.En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen.En de Farizeen en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.En Hij sprak tot hen deze gelijkenis, zeggende:Wat mens onder u, hebbende honderd schapen; en een van die verliezende, verlaat niet de negen en negentig in de woestijn, en gaat naar het verlorene, totdat hij hetzelve vinde?En als hij het gevonden heeft, legt hij het op zijn schouders, verblijd zijnde.En te huis komende, roept hij de vrienden en de geburen samen, zeggende tot hen: Weest blijde met mij; want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was.Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen samen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden, dien ik verloren had.Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien.En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht.En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn.En de rentmeester zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer dit rentmeesterschap van mij neemt? Graven kan ik niet; te bedelen schaam ik mij.Ik weet, wat ik doen zal, opdat, wanneer ik van het rentmeesterschap afgezet zal wezen, zij mij in hun huizen ontvangen.En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?En hij zeide: Honderd vaten olie. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en nederzittende, schrijf haastelijk vijftig.Daarna zeide hij tot een anderen: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En hij zeide: Honderd mudden tarwe. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en schrijf tachtig.En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij voorzichtiglijk gedaan had; want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger, dan de kinderen des lichts, in hun geslacht.En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.Zo gij dan in den onrechtvaardigen Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen?En zo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven?Geen huisknecht kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten, en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen, en den anderen verachten; gij kunt God niet dienen en den Mammon.En al deze dingen hoorden ook de Farizeen, die geldgierig waren, en zij beschimpten Hem.En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt voor de mensen; maar God kent uw harten; want dat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God.De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle.Een iegelijk, die zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel; en een iegelijk, die de verlatene van den man trouwt, die doet ook overspel.En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig.En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren;En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam.Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.En Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen, dat er geen ergernissen komen; doch wee hem, door welken zij komen;Het zoude hem nuttiger zijn, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren.Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven.En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn.En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer!En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.En gevraagd zijnde van de Farizeen, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.En Hij zeide tot de discipelen: Er zullen dagen komen, wanneer gij zult begeren een der dagen van den Zoon des mensen te zien, en gij zult dien niet zien.En zij zullen tot u zeggen: Ziet hier, of ziet daar is Hij; gaat niet heen, en volgt niet.Want gelijk de bliksem, die van het ene einde onder den hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.Maar eerst moet Hij veel lijden, en verworpen worden van dit geslacht.En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen.Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen.Desgelijks ook, gelijk het geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;Maar op den dag, op welken Lot van Sodom uitging, regende het vuur en sulfer van den hemel, en verdierf ze allen.Even alzo zal het zijn in den dag, op welken de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.In dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af, om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen, dat achter is.Gedenkt aan de vrouw van Lot.Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.Ik zeg u: In dien nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.Twee vrouwen zullen te zamen malen; de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.Twee zullen op den akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag.En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij.En hij wilde voor een langen tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie;Nochtans, omdat deze weduwe mij moeielijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke.En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt.Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar.De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve.Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen.En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk.Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.En die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden?En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God.En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods;Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten.Want Hij zal den heidenen overgeleverd worden, en Hij zal bespot worden, en smadelijk behandeld worden, en bespogen worden.En Hem gegeseld hebbende, zullen zij Hem doden; en ten derden dage zal Hij wederopstaan.En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen, en zij verstonden niet, hetgeen gezegd werd.En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware.En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!En die voorbijgingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner!En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome.En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had.En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden.En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen.En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden.En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had;Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het.En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij dat, zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft.En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had.En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen?En zij zeiden: De Heere heeft het van node.En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER251
Het geestelijke aspect van het koninkrijk
Het artikel onderzoekt de uitleg van het koninkrijk van God volgens Lucas en benadrukt een vraag van de farizeeën aan Jezus over de komst ervan. In tegenstelling tot een voorwaardelijke opvatting wijst de Griekse tekst op een vraag in de tegenwoordige tijd. Jezus maakt duidelijk dat het koninkrijk onopvallend wordt gevestigd en alleen waarneembaar is voor wie geestelijk ontvankelijk is.
Lukas 17.20-21 (De Heilige Schrift 1917) :En gevraagd zijnde van de Farizeen, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Het optreden van Jezus: roepingen, wonderen en onderwijs
-
PAR016
De trouwe dienaar
De gelijkenis van de uitlopende vijgenboom, die door Matteüs, Marcus en Lucas in hun eschatologische rede wordt verteld, nodigt de discipelen uit de tekenen te onderscheiden die de terugkeer van de Messias aankondigen. Zoals de knoppen de zomer aankondigen, zo kondigen de gebeurtenissen in de wereld de nabijheid van het Koninkrijk van God aan. Het woord van Christus is eeuwig en zeker: hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar zijn woord blijft.
Markus 13.28-31 (De Heilige Schrift 1917) :En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De laatste week vóór de arrestatie
-
PER280
Triomfantelijke intocht in Jeruzalem
De triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem op 27 maart 33, uitgevoerd volgens de profetie van Zacharia, is een messiaanse vredesverklaring. Deze gebeurtenis, die in alle vier de evangeliën wordt beschreven, presenteert Jezus niet als een veroveraar maar als de Vredevorst. Als antwoord juicht de menigte hem toe, waarmee zijn messiaanse waardigheid wordt bevestigd.
Johannes 12.12-19 (De Heilige Schrift 1917) :Des anderen daags, een grote schare, die tot het feest gekomen was, horende, dat Jezus naar Jeruzalem kwam,Namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israels!En Jezus vond een jongen ezel, en zat daarop, gelijk geschreven is:Vrees niet, gij dochter Sions, zie, uw Koning komt, zittende op het veulen ener ezelin.Doch dit verstonden Zijn discipelen in het eerst niet; maar als Jezus verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven was, en dat zij Hem dit gedaan hadden.De schare dan, die met Hem was, getuigde dat Hij Lazarus uit het graf geroepen, en hem uit de doden opgewekt had.Daarom ging ook de schare Hem tegemoet, overmits zij gehoord had, dat Hij dat teken gedaan had.De Farizeen dan zeiden onder elkander: Ziet gij wel, dat gij gans niet vordert? Ziet, de gehele wereld gaat Hem na.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER292
De gelijkenis van het bruiloftsmaal
De gelijkenis van het bruiloftsmaal (Mt 22,1-14 ; Lc 14,15-24) leert dat God alle mensen uitnodigt in zijn Koninkrijk, maar dat het afwijzen van die uitnodiging een zwaar oordeel met zich meebrengt. Ze werd op dinsdag van de lijdensweek in de tempel van Jeruzalem uitgesproken en kondigt profetisch de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. aan. De man zonder bruiloftskleed herinnert eraan dat de toegang tot het Koninkrijk een echte geestelijke verandering vereist, die door het geloof in Christus wordt ontvangen.
Johannes 3.16-17 (De Heilige Schrift 1917) :Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De laatste dag tot de kruisiging
-
PER329
De strijd in het gebed
Het artikel analyseert het gebed van Jezus in Getsemane, dat zijn menselijk lijden en zijn onderwerping aan de goddelijke wil illustreert. Het benadrukt de historische en bijbelse context van de gebeurtenis en biedt een theologische bezinning op de verlossende zending van Jezus en op de oproep om te waken en te bidden in de beproeving.
Markus 14.33-41 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER356
De nacht op de middag
Perikoop 356 analyseert het optreden van duisternis tijdens de kruisiging van Jezus, van twaalf tot drie uur 's middags, zoals de drie synoptische evangeliën dat vermelden. Deze kosmische gebeurtenis wordt bestudeerd in haar chronologische en theologische dimensies: teken van goddelijk oordeel, profetische vervulling (Amos 8.9, Jesaja 53) en kuise sluier over de schande van het kruis. Zij gaat vooraf aan de laatste woorden van Jezus en zijn dood.
Exodus 10.21-23 (De Heilige Schrift 1917) :Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.Zij zagen de een den ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De tegenstrijdigheden
-
CTD011
Het ezelsveulen en de ezelin?
Het artikel CTD011 beantwoordt een zogenaamde tegenspraak over het aantal dieren bij Jezus' intocht in Jeruzalem. Marcus en Lucas noemen een ezelsveulen, Matteüs een ezelin en haar veulen. De auteur toont aan dat het niet om een tegenspraak gaat, maar om een verschil in zwaartepunt: Matteüs, die voor een Joods publiek schrijft, benadrukt de letterlijke vervulling van de profetie van Zacharia 9.9. Jezus reed slechts op één dier, het veulen, maar de aanwezigheid van de ezelin wordt vermeld vanwege haar profetische en praktische context.
Markus 11.7 (De Heilige Schrift 1917) :En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD016
Johannes de Doper opgestaan?
Het artikel CTD016 onderzoekt de zogenaamde tegenspraak tussen Matteüs 14.2, Marcus 6.14 en Lucas 9.7-9 over de mening van Herodes Antipas over Jezus. Lucas toont Herodes in onzekerheid, terwijl Matteüs en Marcus zijn persoonlijke verklaring weergeven waarin hij Jezus vereenzelvigt met de uit de doden opgestane Johannes de Doper. De auteur toont aan dat er geen tegenspraak is, maar een verhalende aanvulling, die wordt verklaard door de redactionele beperkingen van de eerste eeuw.
Markus 6.14 (De Heilige Schrift 1917) :En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD032
Het bloedveld?
Het artikel analyseert waarom "de Bloedakker" zo heet, op basis van de verhalen van Matteüs en Handelingen. Deze verhalen spreken elkaar niet tegen, maar bieden theologische en volkse invalshoeken: de aankoop met de "prijs van het bloed" en de dood van Judas.
Mattheüs 27.9-10 (De Heilige Schrift 1917) :Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren penningen genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israels, Denwelken zij gewaardeerd hebben;En hebben dezelve gegeven voor den akker des pottenbakkers; volgens hetgeen mij de Heere bevolen heeft.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD040
Hoe vaak ging Jezus bij zijn leerlingen vandaan om te bidden?
Het artikel behandelt de evangelieverhalen over de gebeden van Jezus in Getsemane. Terwijl Matteüs en Marcus melden dat Jezus zich driemaal terugtrok om te bidden, vermeldt Lucas er slechts één, wat een eigen theologische benadering illustreert, maar de andere evangeliën niet tegenspreekt.
Markus 14.32-42 (De Heilige Schrift 1917) :En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD042
Wat zegt de honderdman wanneer Jezus sterft?
Het artikel onderzoekt de ogenschijnlijke tegenspraak in de Evangeliën over de woorden van de centurio bij de dood van Jezus. Terwijl Lucas de onschuld benadrukt, wijst Marcus op de erkenning van Jezus als Zoon van God. Deze perspectieven onthullen de theologische veelvormigheid van de Evangeliën en geven blijk van Jezus' onschuld en zijn verlossende dood. De evangelisten geven betekenisvolle woorden weer naargelang hun theologische doelstellingen.
Johannes 3.16-17 (De Heilige Schrift 1917) :Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD071
Het onbegrip van de leerlingen
Het artikel onderzoekt de verschillen in hoe de discipelen de woorden van Jezus begrepen volgens Matteüs, Marcus en Lucas. Het stelt dat Matteüs hun verdriet toont, veroorzaakt door het gedeeltelijke begrip van zijn dood, terwijl Marcus en Lucas hun onbegrip van de opstanding aangeven. Deze aanvullende verhalen verrijken het begrip van deze gebeurtenis.
Lukas 9.43-45 (De Heilige Schrift 1917) :En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods. En als zij allen zich verwonderden over al de dingen, die Jezus gedaan had, zeide Hij tot Zijn discipelen:Legt gij deze woorden in uw oren: Want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in der mensen handen.Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen, alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Bediening van Petrus
-
ADA000
De Handelingen van de Apostelen
Inleiding op een reeks studies over de Handelingen van de apostelen, de natuurlijke voortzetting van het Evangelie van Lucas. Het artikel zet de gevolgde historisch-theologische werkwijze uiteen: de gebeurtenissen in hun context plaatsen, ze naast de brieven van Paulus leggen en een chronologie opstellen. De twee centrale figuren, Petrus en Paulus, geven structuur aan de studie. Het doel is de geboorte en de uitbreiding van de gemeente na te gaan, van Jeruzalem tot de wereld rond de Middellandse Zee, onder het werk van de Heilige Geest.
2 Corinthiër 11.23-28 (De Heilige Schrift 1917) :Zijn zij dienaars van Christus? (ik spreek onwijs zijnde) ik ben boven hen; in arbeid overvloediger, in slagen uitnemender, in gevangenissen overvloediger, in doods gevaar menigmaal.Van de Joden heb ik veertig slagen min een, vijfmaal ontvangen.Driemaal ben ik met roeden gegeseld geweest, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een gansen nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht.In het reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders;In arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid.Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de Gemeenten.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA001
De inleiding van Lucas
Eerste commentaar van de reeks over de Handelingen van de apostelen; dit artikel analyseert de inleiding van Lucas (Handelingen 1.1-3). Het presenteert Lucas als auteur van de twee werken die aan Theofilus zijn gericht, noemt de hypothese dat deze laatste de opdrachtgever was en onderstreept de veertig dagen onderricht over het Koninkrijk van God na de opstanding. Deze verzen vormen de overgang tussen het Evangelie en de geschiedenis van de jonge gemeente onder leiding van de Heilige Geest.
Colossenzen 4.14 (De Heilige Schrift 1917) :U groet Lukas, de medicijnmeester, de geliefde, en Demas.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA002
Gesprek van de apostelen met Jezus
Lucas vertelt over het laatste gesprek van Jezus met zijn elf apostelen vóór de hemelvaart (Handelingen 1.4-8). Jezus beveelt hen in Jeruzalem te wachten op de doop met de Heilige Geest, weigert de eschatologische tijden te onthullen die aan de Vader zijn voorbehouden, en vertrouwt hun een universele opdracht toe: zijn getuigen te zijn van Jeruzalem tot aan de uiteinden van de aarde. Deze passage vormt het structurele plan van het boek Handelingen.
Markus 1.8 (De Heilige Schrift 1917) :Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA003
De hemelvaart van Jezus
De hemelvaart van Jezus, die op 12 mei 33 op de Olijfberg plaatsvond, sluit zijn aardse bediening af. In een wolk opgenomen wordt hij bij de Vader ontvangen, terwijl twee engelen zijn glorierijke terugkeer aankondigen. Deze gebeurtenis, die alleen door Lucas wordt verteld, markeert de overgang naar de hemelse bediening van Christus en vormt de grondslag van de eschatologische hoop van de eerste gemeente in afwachting van de wederkomst.
Johannes 20.17 (De Heilige Schrift 1917) :Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA006
De vervulling van de belofte
Het artikel beschrijft de vervulling van de belofte van de Heilige Geest met Pinksteren, zoals verteld in de Handelingen van de apostelen. Honderdtwintig discipelen ontvangen goddelijke openbaringen in Jeruzalem en spreken in talen die door verschillende volken worden verstaan. Deze gebeurtenis markeert de universaliteit van het Evangelie.
Joël 2.28-29 (De Heilige Schrift 1917) :En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA007
De toespraak van Petrus
Het artikel behandelt de toespraak van Petrus met Pinksteren en beschrijft hoe hij verkeerde uitleggingen weerlegt en Jezus voorstelt als de Messias van de Schrift. Hij roept op tot bekering en doop en belooft de gave van de Heilige Geest.
Mattheüs 10.19-20 (De Heilige Schrift 1917) :Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA015
Het getuigenis van Petrus en Johannes
Het artikel behandelt de terugkeer van Petrus en Johannes naar de gelovigen na hun arrestatie door het Sanhedrin. Tegenover de bedreigingen verenigt de gemeente zich in gebed, belijdt de soevereiniteit van God en vraagt kracht om het Evangelie te verkondigen, waarmee zij een onwankelbaar geloof uitdrukt.
Johannes 19.15-16 (De Heilige Schrift 1917) :Maar zij riepen: Neem weg, neem weg, kruis Hem! Pilatus zeide tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning, dan den keizer.Toen gaf hij Hem dan hun over, opdat Hij gekruist zou worden. En zij namen Jezus, en leidden Hem weg.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA016
De solidariteit van de gelovigen
Lucas beschrijft de eerste christelijke gemeente van Jeruzalem en toont een eendrachtige en solidaire gemeenschap. De gelovigen deelden vrijwillig hun bezittingen, gedreven door broederliefde en veranderd door het Evangelie. Het beheer van de middelen door de apostelen getuigt van het gezamenlijke vertrouwen en draagt bij aan de ontwikkeling van de gemeente.
Mattheüs 19.16-22 (De Heilige Schrift 1917) :En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA018
De opmerkelijke groei van de vroege kerk
Het artikel ADA018 becommentarieert Handelingen 5.12-16 en beschrijft de opkomst van de eerste gemeente in Jeruzalem in het voorjaar van het jaar 33. De apostelen verrichten openlijk wonderen in de zuilengang van Salomo, de gemeente groeit in aantal, mannen en vrouwen door elkaar, en de reputatie van de apostelen groeit onder het volk, ondanks het ontzag die het oordeel over Ananias en Saffira heeft gewekt. De passage legt een sterke parallel met de bediening van Jezus.
Handelingen 2.38 (De Heilige Schrift 1917) :En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA019
De arrestatie van de apostelen
Het artikel ADA019 becommentarieert Handelingen 5.17-18: geconfronteerd met de opmerkelijke groei van de gemeente in Jeruzalem laten de hogepriester en de sadduceeën, gedreven door jaloezie, de apostelen arresteren. Lucas laat zien dat het werk van Christus, ondanks het verzet van de religieuze autoriteiten, wordt voortgezet door het werk van de Heilige Geest, waarmee de belofte van Handelingen 1.8 wordt vervuld.
Handelingen 4.1-2 (De Heilige Schrift 1917) :En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA020
De wonderbaarlijke bevrijding van de apostelen
Dit artikel analyseert de wonderbaarlijke bevrijding van de apostelen (Handelingen 5.19-21) in Jeruzalem in het voorjaar van het jaar 33. Gearresteerd door de hogepriester en de sadduceeën worden de apostelen 's nachts door een engel uit de gevangenis bevrijd. Lucas vertelt dit wonder sober, met nadruk op de theologische betekenis ervan en de parallellen met het Oude Testament. De engel vertrouwt de bevrijde apostelen de opdracht toe in de tempel “de woorden van dit leven” te verkondigen, een uitdrukking die de boodschap van het heil in Jezus Christus aanduidt.
Handelingen 5.39 (De Heilige Schrift 1917) :Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA021
Het zoeken naar de gevangenen
Analyse van Handelingen 5.21-26: na de wonderbaarlijke bevrijding van de apostelen ontdekt het Sanhedrin de lege cellen. Lucas belicht de verwarring van de religieuze autoriteiten, de verlegenheid van de bevelhebber van de tempel en de vrees voor een reactie van het volk. Ondanks het onverklaarbare houden de religieuze leiders vast aan hun verzet en geven ze bevel tot een tweede arrestatie, wat de soevereiniteit van God over alle menselijk verzet illustreert.
Handelingen 5.12-16 (De Heilige Schrift 1917) :En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtelijk in het voorhof van Salomo.En van de anderen durfde niemand zich bij hen voegen; maar het volk hield hen in grote achting.En er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen;Alzo dat zij de kranken uitdroegen op de straten, en legden op bedden en beddekens, opdat, als Petrus kwam, ook maar de schaduw iemand van hen beschaduwen mocht.En ook de menigte uit de omliggende steden kwam gezamenlijk te Jeruzalem, brengende kranken, en die van onreine geesten gekweld waren; welke allen genezen werden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA024
De verrassende reactie van de apostelen
Na hun geseling door het Sanhedrin reageren de apostelen verrassend door zich te verheugen dat zij waardig zijn bevonden te lijden voor de naam van Jezus. Verre van ontmoedigd zetten zij elke dag hun bediening voort in de tempel en in de huizen, waar zij onderwijzen en het goede nieuws verkondigen. Lucas laat zien dat de vervolgingen het Evangelie niet tegenhouden, maar paradoxaal genoeg bijdragen aan de voortgang ervan.
Handelingen 5.38-39 (De Heilige Schrift 1917) :En nu zeg ik ulieden: Houdt af van deze mensen, en laat hen gaan; want indien deze raad, of dit werk uit mensen is, zo zal het gebroken worden.Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA025
De aanstelling van de Zeven en de organisatie van de vroege kerk
Handelingen 6,1-7 vertelt over de eerste interne crisis van de gemeente van Jeruzalem, die verband hield met de ongelijke verdeling aan de weduwen. Om dit te verhelpen stellen de Twaalf voor zeven mannen aan te wijzen, vervuld van de Heilige Geest en van wijsheid. Deze fundamentele beslissing onderscheidt de bedieningen en bevestigt tegelijk hun onderlinge aanvulling, en gaat gepaard met een opmerkelijke groei van de jonge christelijke gemeenschap.
Handelingen 4.1-3 (De Heilige Schrift 1917) :En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA026
De arrestatie van Stefanus
Het artikel analyseert de arrestatie van Stefanus (Handelingen 6.8-12) in Jeruzalem omstreeks 34-35 n.Chr. Hoewel hij is aangewezen als een van de Zeven, oefent Stefanus een opmerkelijke apostolische bediening uit. Zijn getuigenis wekt het verzet van Hellenistische Joden die, omdat ze hem niet kunnen weerleggen, hun toevlucht nemen tot valse getuigen om hem voor het Sanhedrin te laten verschijnen. Lucas onderstreept de parallellen met het proces tegen Jezus en de geleidelijke uitbreiding van de vervolging tot de hele gemeente.
Mattheüs 26.59-61 (De Heilige Schrift 1917) :En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet. (26:61) Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen,en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA027
De verschijning van Stefanus voor het Sanhedrin
Het verschijnen van Stefanus voor het Sanhedrin (Handelingen 6.12-15), omstreeks 34-35 n.Chr., wordt in gang gezet door Hellenistische tegenstanders uit de synagoge van de Vrijgelatenen. Omdat ze zijn wijsheid niet kunnen weerleggen, nemen ze hun toevlucht tot valse getuigen. De beschuldigingen betreffen de tempel en de Wet en doen denken aan het proces tegen Jezus. Lucas trekt zo een bewuste parallel tussen de Meester en zijn leerling.
Handelingen 6.10 (De Heilige Schrift 1917) :En zij konden niet wederstaan de wijsheid en den Geest, door Welken hij sprak.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA028
De toespraak van Stefanus voor het Sanhedrin
Voor het Sanhedrin in Jeruzalem houdt Stefanus omstreeks 34-35 n.Chr. de langste toespraak van Handelingen. Door de geschiedenis van Israël te schetsen vanaf Abraham toont hij aan dat de gezanten van God altijd zijn verworpen, met als hoogtepunt de verwerping van de Messias. Verre van zich te verdedigen wordt Stefanus de aanklager van zijn rechters en schaart hij zich in de lijn van de profeten en van Christus.
Handelingen 7.39-41 (De Heilige Schrift 1917) :Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte;Zeggende tot Aaron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is.En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA029
De moord op Stefanus
Analyse van het verhaal van de steniging van Stefanus (Handelingen 7.54-60), de eerste christelijke martelaar. Het artikel onderzoekt de woede van het Sanhedrin, het juridisch onregelmatige karakter van de terechtstelling, het visioen van de verheerlijkte Christus dat Stefanus ten deel viel, en de theologische parallel die Lucas legt tussen het lijden van de leerling en dat van Jezus. De aanwezigheid van Saulus kondigt het vervolg van het verhaal over de apostelen aan.
Handelingen 7.59 (De Heilige Schrift 1917) :En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA030
Saulus en het martelaarschap van Stefanus
Het artikel ADA030 analyseert Handelingen 8.1-3: het eerste optreden van Saulus van Tarsus, die de marteldood van Stefanus goedkeurt, en het begin van een grote vervolging tegen de gemeente van Jeruzalem. De verspreiding van de gelovigen over Judea en Samaria, verre van een nederlaag, wordt door de voorzienigheid de drijvende kracht achter de verspreiding van het Evangelie, waarmee de belofte van Jezus in Handelingen 1.8 wordt vervuld.
Handelingen 9.15 (De Heilige Schrift 1917) :Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA031
De vervolging
Het artikel ADA031 analyseert de grote vervolging van de eerste gemeente in Jeruzalem (Handelingen 8.1-3), omstreeks het jaar 34-35. Na de marteldood van Stefanus breidt de onderdrukking zich uit tot alle gelovigen, ook de vrouwen. Saulus van Tarsus is er de voornaamste uitvoerder van, gedreven door een oprechte maar verkeerd gerichte ijver voor de Joodse tradities. Deze tekst illustreert de vervulling van de waarschuwingen van Jezus over de vervolging en wijst vooruit naar de latere bekering van Paulus.
Handelingen 9.26 (De Heilige Schrift 1917) :Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA032
Het Evangelie in Samaria
Na de dood van Stefanus verspreidt de vervolging de gelovigen uit Jeruzalem, die overal waar zij komen het evangelie verkondigen. Filippus gaat naar Samaria en predikt daar met kracht. Lucas laat zien dat deze verspreiding het zendingsprogramma vervult dat Jezus in Handelingen 1.8 had aangekondigd. Samaria, lange tijd gescheiden van Israël, ontvangt eindelijk het goede nieuws. Filippus, een van de Zeven, wordt de eerste officieel aangestelde evangelist van het Nieuwe Testament.
Lukas 9.51-56 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen.En Hij zond boden uit voor Zijn aangezicht; en zij, heengereisd zijnde, kwamen in een vlek der Samaritanen, om voor Hem herberg te bereiden.En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was als reizende naar Jeruzalem.Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft?Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt.Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Wonderen
-
MIR041
Opstanding van de Messias Jezus
Vergelijkende analyse van de vier evangelieverhalen over de opstanding van Jezus (Matteüs 28.1-10; Marcus 16.1-8; Lucas 24.1-12; Johannes 20.1-18). Het artikel wijst de gemeenschappelijke punten aan — het lege graf, de aanwezigheid van de vrouwen, de engelenboodschap — en de verschillen — het aantal vrouwen en engelen, de reacties, de chronologie. De verschillen worden verklaard door de theologische invalshoeken, de literaire stijlen en het uiteenlopende publiek van elke evangelist, waarbij het centrale belang van de opstanding in het christelijk geloof wordt onderstreept.
Lukas 24.1-12 (De Heilige Schrift 1917) :En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar.En zij vonden den steen afgewenteld van het graf.En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.En zij werden indachtig Zijner woorden.En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Historische aantekeningen
-
INF039
De katholieke Bijbel
Dit artikel verkent de samenstelling van de katholieke Bijbel, de boeken en de bijzonderheden ervan, met name de deuterocanonieke boeken en de canon die op het Concilie van Trente werd vastgesteld.
-
ANN007
De verwantschap tussen Maria en Elisabet
Analyse van de verwantschap tussen Maria en Elisabet op basis van het evangelie van Lucas. Het artikel onderzoekt de schijnbare tegenstrijdigheid tussen hun verwantschap en…
-
ANN010
De twee geslachtsregisters van de Messias Jezus
Het artikel bespreekt de geslachtsregisters van Jezus in Matteüs en Lucas, die essentieel zijn om zijn messiaanse identiteit vast te stellen. Matteüs onderstreept het koninklijke erfdeel van Jozef, terwijl…
-
ANN027
De laatste Pesachmaaltijd
Het artikel analyseert de chronologie van het laatste Pascha volgens de Evangeliën en onderstreept dat Jezus werd gekruisigd op vrijdag 1 april 33, in overeenstemming met…
-
ANN046
De technische eisen van uitgeven in de eerste eeuw
Deze bijlage onderzoekt de technische beperkingen bij het uitgeven van geschriften in de eerste eeuw die bepaalde weglatingen in de Evangeliën verklaren. Het schrijven op kostbaar papyrus, het Egyptische monopolie…
-
ANN056
De Evangeliën in cijfers
Het artikel analyseert de Evangeliën aan de hand van de langzame verkenning van de perikopen, en bespreekt de voorrang en de afhankelijkheid van de verhalen. Gebaseerd op een indeling…
-
ANN075
De verkopers uit de tempel verdreven
Het artikel onderzoekt het voorval waarin Jezus de kooplieden uit de tempel verdrijft, een gebeurtenis die in de Evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes verschillend wordt verteld. Terwijl…
-
ANN094
De staf en de sandalen van de apostelen
Het artikel onderzoekt de verschillen tussen Matteüs, Marcus en Lucas over de zending van de apostelen en wijst op de taalkundige nuances en het verschil in publiek. Matteüs raadt af…