Étude 1 sur 71 · Le retour à Nazareth

  1. Étude 1 : Le retour à Nazareth
  2. Étude 2 : La tentation du messie Jésus
  3. Étude 3 : Guérison de la belle-mère de l’Apôtre Pierre
  4. Étude 4 : La mission des 12 Apôtres
  5. Étude 5 : La guérison d’un lépreux après le sermon sur la montagnes
  6. Étude 6 : La guérison du serviteur de l’officier romain
  7. Étude 7 : Le blasphème contre le Saint-Esprit
  8. Étude 8 : La multiplication des pains pour les 5000 personnes
  9. Étude 9 : Le Messie Jésus et Pierre marchent sur les eaux
  10. Étude 10 : Départ en barque pour la ville de Magdala
  11. Étude 11 : Le Messie Jésus bénit des petits enfants
  12. Étude 12 : Le jeune homme riche
  13. Étude 13 : Le salut et les richesses
  14. Étude 14 : Préparation de la Pâque
  15. Étude 15 : Judas l’Iscariot, le traitre est identifié
  16. Étude 16 : Le reniement de Pierre annoncé
  17. Étude 17 : Arrêt à Gethsémané
  18. Étude 18 : La troupe conduite par Judas l'Iscariote arrive
  19. Étude 19 : L'arrestation
  20. Étude 20 : Les paroles du Messie Jésus à la foule lors de l'arrestation
  21. Étude 21 : Le transfert chez le Souverain Sacrificateur en exercice, Caïphe
  22. Étude 22 : Le reniement de l'Apôtre Pierre, accompagné par l'Apôtre Jean
  23. Étude 23 : La crucifixion
  24. Étude 24 : La mort du Messie Jésus
  25. Étude 25 : Le débat sur la date de la mort de Jésus
  26. Étude 26 : Le message des anges
  27. Étude 27 : Exorcisme à Capernaüm
  28. Étude 28 : Guérison de la belle-mère de Pierre
  29. Étude 29 : Guérison du paralytique
  30. Étude 30 : Exorcisme du démoniaque de Gadara
  31. Étude 31 : Introduction
  32. Étude 32 : Qui est le père de Sheathiel ?
  33. Étude 33 : La découverte de Pierre ?
  34. Étude 34 : La rencontre de Jésus et Pierre ?
  35. Étude 35 : Le figuier maudit ?
  36. Étude 36 : Le baiser de Judas ?
  37. Étude 37 : Le reniement de Pierre ?
  38. Étude 38 : Les paraboles ?
  39. Étude 39 : L’heure de la crucifixion ?
  40. Étude 40 : Les brigands sur la croix ?
  41. Étude 41 : Quand Jésus est-il monté au ciel ?
  42. Étude 42 : Le libellé du titulus ?
  43. Étude 43 : Hérode voulait-il tuer Jean le baptiste ?
  44. Étude 44 : Le vrai nom de Matthieu ?
  45. Étude 45 : Le jour exact du dernier repas de Paque ?
  46. Étude 46 : Jésus a-t-il voulu échapper à la crucifixion ?
  47. Étude 47 : Combien de fois Jésus s’est-il éloigné de ses disciples pour prier ?
  48. Étude 48 : Que dit le centurion quand Jésus meurt ?
  49. Étude 49 : Quelles furent les dernières paroles de Jésus avant sa mort ?
  50. Étude 50 : Le centurion est-il venu personnellement vers Jésus ?
  51. Étude 51 : Moment de la visite des femmes au tombeau
  52. Étude 52 : But de la visite des femmes au tombeau
  53. Étude 53 : La pierre du tombeau était-elle déjà roulée lorsque les femmes arrivèrent ?
  54. Étude 54 : Les femmes ont-elles reçu une explication ?
  55. Étude 55 : La première rencontre de Marie de Magdala avec Jésus ressuscité
  56. Étude 56 : Celui-ci est mon Fils
  57. Étude 57 : La tentation de Jésus
  58. Étude 58 : La belle-mère de Pierre
  59. Étude 59 : Un paralytique porté par quatre hommes
  60. Étude 60 : Les Pharisiens ou les Scribes
  61. Étude 61 : Que dit Jésus à la fille de Jaïrus ?
  62. Étude 62 : Le bâton pour le voyage
  63. Étude 63 : Le signe de Jonas
  64. Étude 64 : Le levain des pharisiens
  65. Étude 65 : La transfiguration
  66. Étude 66 : L'incompréhension des disciples
  67. Étude 67 : Parole de Dieu ou parole de Moïse ?
  68. Étude 68 : La vie éternelle
  69. Étude 69 : La demande de Salomé
  70. Étude 70 : Les deux aveugles
  71. Étude 71 : Jésus parlait-il le grec ?

Het leven van Jezus tot zijn twaalfde jaar

  • De terugkeer naar Nazaret

    Het artikel analyseert Jezus' terugkeer naar Nazaret en vergelijkt de verhalen van Matteüs en Lucas, die hun verschillende doelstellingen weerspiegelen. Matteüs richt zich tot Joden en noemt het verblijf in Egypte om een profetie te benadrukken. Lucas vermeldt het niet, omdat hij zich vooral tot een niet-Joods publiek richt.

    Mattheüs 2.13-15 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden.Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte;En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
    Lire la suite

De bediening van Johannes de Doper

  • De verzoeking van Jezus, de Messias

    Dit artikel onderzoekt Jezus' verzoeking in de woestijn aan de hand van de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Jezus doorstaat daar drie symbolische beproevingen die zijn strijd tegen verleidingen, vergelijkbaar met die van Eva, belichten. Na deze vastenperiode keert hij terug naar Galilea, een cruciale stap in zijn bediening.

    Markus 1.12-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    En terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn.En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.
    Lire la suite

Het begin van de bediening in Galilea

  • Genezing van de schoonmoeder van de apostel Petrus

    Dit artikel onderzoekt de genezing van de schoonmoeder van Petrus door Jezus in de stad Kafarnaüm in Galilea. Dit wonder, door drie evangeliën verhaald, werpt licht op de gezinssituatie en de sociale omgeving van Simon Petrus en toont de macht van Jezus over ziekten en zijn overeenstemming met de Joodse godsdienstige gebruiken.

    Markus 1.29-31 (De Heilige Schrift 1917) :
    En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
    Lire la suite

Van het tweede tot het derde pesachfeest

  • De opdracht van de twaalf apostelen

    Het artikel onderzoekt de opdracht van de twaalf apostelen volgens Matteüs, Marcus en Lucas, met aandacht voor de voorrang van de Joden in het heilsplan en de aanwijzingen van Jezus om Gods koninkrijk te verkondigen.

    Markus 6.6-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
    Lire la suite
  • De genezing van een melaatse na de bergrede

    Dit artikel onderzoekt de genezing van een melaatse door Jezus na de bergrede en bespreekt de uiteenlopende verslagen in de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. De genezing wordt beschreven als een uitdaging aan de strenge reinigingswetten, en het belang van het naleven van de wet van Mozes wordt benadrukt. Het artikel stelt vragen over de samenhang tussen verschillende evangelieverslagen.

    Leviticus 13 (De Heilige Schrift 1917) :
    Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:Een mens, als in het vel zijns vleses een gezwel, of gezweer, of witte blaar zal zijn, welke in het vel zijns vleses tot een plaag der melaatsheid zou worden, hij zal dan tot den priester Aaron, of tot een uit zijn zonen, de priesteren, gebracht worden.En de priester zal de plaag in het vel des vleses bezien; zo het haar in die plaag in wit veranderd is, en het aanzien der plaag dieper is dan het vel zijns vleses, het is de plaag der melaatsheid; als de priester hem bezien zal hebben, dan zal hij hem onrein verklaren.Maar zo de blaar in het vel zijn vleses wit is, en haar aanzien niet dieper is dan het vel, en het haar niet in wit veranderd is, zo zal de priester hem, die de plaag heeft, zeven dagen opsluiten.Daarna zal de priester op den zevenden dag hem bezien; indien, ziet, de plaag, naar dat hij zien kan, is staande gebleven, en de plaag in het vel niet uitgespreid is, zo zal de priester hem zeven andere dagen opsluiten.En de priester zal hem andermaal op den zevenden dag bezien; indien, ziet, de plaag ingetrokken, en de plaag in het vel niet uitgespreid is, zo zal de priester hem rein verklaren; het was een verzwering; en hij zal zijn klederen wassen, zo is hij rein.Maar zo de verzwering in het vel ganselijk uitgespreid is, nadat hij aan den priester tot zijn reiniging zal vertoond zijn, zo zal hij andermaal aan den priester vertoond worden.Indien de priester merken zal, dat, ziet, de verzwering in het vel uitgespreid is, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.Wanneer de plaag der melaatsheid in een mens zal zijn, zo zal hij tot den priester gebracht worden.Indien de priester merken zal, dat, ziet, een wit gezwel in het vel is, hetwelk het haar in wit veranderd heeft, en gezondheid van levend vlees in dat gezwel is;Dat is een verouderde melaatsheid in het vel zijns vleses; daarom zal hem de priester onrein verklaren; hij zal hem niet doen opsluiten, want hij is onrein.En zo de melaatsheid in het vel ganselijk uitbot, en de melaatsheid het gehele vel desgenen, die de plaag heeft, van zijn hoofd tot zijn voeten, bedekt heeft, naar al het gezicht van de ogen des priesters;En de priester merken zal, dat, ziet, de melaatsheid zijn gehele vlees bedekt heeft, zo zal hij hem, die de plaag heeft, rein verklaren; zij is geheel in wit veranderd; hij is rein.Maar ten welken dage levend vlees daarin gezien zal worden, zal hij onrein zijn.Als dan de priester dat levende vlees gezien zal hebben, zal hij hem onrein verklaren; dat levende vlees is onrein; het is melaatsheid.Of als dat levende vlees verkeert, en in wit veranderd zal worden, zo zal hij tot den priester komen.Als de priester hem bezien zal hebben, dat, ziet, de plaag in wit veranderd is, zo zal de priester hem, die de plaag heeft, rein verklaren; hij is rein.Het vlees ook, als in deszelfs vel een zweer zal geweest zijn, zo het genezen is;En in de plaats van die zweer een wit gezwel, of een witte roodachtige blaar worden zal, zo zal het aan den priester vertoond worden.Indien de priester merken zal, dat, ziet, haar aanzien lager is dan het vel, en derzelver haar in wit veranderd is, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is de plaag der melaatsheid, zij is door de zweer uitgebot.Wanneer nu de priester die bezien zal hebben, dat, ziet, geen wit haar daaraan is, en die niet lager dan het vel, maar ingetrokken is, zo zal de priester hem zeven dagen opsluiten.Zo zij daarna gans in het vel uitgespreid zal zijn, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is de plaag.Maar indien de blaar in haar plaats zal staande blijven, niet uitgespreid zijnde, het is de roof van die zweer, zo zal de priester hem rein verklaren;Of wanneer in het vel des vleses een vurige brand zal geweest zijn, en het gezonde van dien brand een witte roodachtige of witte blaar is;En de priester die gezien zal hebben, dat, ziet, het haar op de blaar in wit veranderd is, en haar aanzien dieper is dan het vel; het is melaatsheid, door den brand is zij uitgebot; daarom zal hem de priester onrein verklaren; het is de plaag der melaatsheid.Maar indien de priester die merken zal, dat, ziet, op de blaar geen wit haar is, en zij niet lager dan het vel, maar ingetrokken is, zo zal de priester hem zeven dagen opsluiten.Daarna zal de priester hem op den zevenden dag bezien; indien zij gans uitgespreid is in het vel, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is de plaag der melaatsheid.Maar indien de blaar in haar plaats staande zal blijven, noch in het vel uitgespreid, maar ingetrokken zal zijn, het is een gezwel van den brand; daarom zal de priester hem rein verklaren, want het is de roof van den brand.Verder, als in een man of vrouw een plaag zal zijn in het hoofd, of in den baard;En de priester de plaag zal bezien hebben, dat, ziet, haar aanzien dieper is dan het vel, en geelachtig dun haar daarop is, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is schurftheid, het is melaatsheid van het hoofd of van den baard.Maar als de priester de plaag der schurftheid zal bezien hebben, dat, ziet, haar aanzien niet dieper is dan het vel, en geen zwart haar daarop is, zo zal de priester hem, die de plaag der schurftheid heeft, zeven dagen doen opsluiten.Daarna zal de priester die plaag op den zevenden dag bezien; indien, ziet, de schurftheid niet uitgespreid, en daarop geen geelachtig haar is, noch het aanzien der schurftheid dieper dan het vel is;Zo zal hij zich scheren laten; maar de schurftheid zal hij niet scheren; en de priester zal hem, die de schurftheid heeft, andermaal zeven dagen doen opsluiten.Daarna zal de priester die schurftheid op den zevenden dag bezien; indien, ziet, de schurftheid in het vel niet uitgespreid is, en haar aanzien niet dieper is dan het vel, zo zal de priester hem rein verklaren; en hij zal zijn klederen wassen, en rein zijn.Maar indien de schurftheid in het vel gans uitgespreid is, na zijn reiniging;En de priester hem zal bezien hebben, dat, ziet, de schurftheid in het vel uitgespreid is, de priester zal naar het geelachtig haar niet zoeken; hij is onrein.Maar indien die schurftheid, naar dat hij zien kan, is staande gebleven, en zwart haar daarop gewassen is, die schurftheid is genezen, hij is rein; daarom zal de priester hem rein verklaren.Verder als een man, of vrouw, aan het vel van hun vlees blaren zullen hebben, witte blaren;En de priester zal gemerkt hebben, dat, ziet, ingetrokken witte blaren in het vel van hun vlees zijn; het is een witte puist in het vel uitgebot, hij is rein.En als een man zijn hoofdhaar zal uitgevallen zijn, hij is kaal, hij is rein.En zo van de zijde zijns aangezichts het haar van zijn hoofd zal uitgevallen zijn, hij is bles, hij is rein.Maar zo in de kaalheid, of in de blesse, een witte roodachtige plaag is, dat is melaatsheid, uitbottende in zijn kaalheid, of in zijn blesse.Als de priester hem zal bezien hebben, dat, ziet, het gezwel van die plaag in zijn kaalheid, of blesse, wit roodachtig is, gelijk het aanzien der melaatsheid van het vel des vleses;Die man is melaats, hij is onrein; de priester zal hem ganselijk onrein verklaren, zijn plaag is op zijn hoofd.Voorts zullen de klederen des melaatsen, in wien die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein!Al de dagen, in welke deze plaag aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn; onrein is hij, hij zal alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen.Verder als aan een kleed de plaag der melaatsheid zal zijn, aan een wollen kleed, of aan een linnen kleed,Of aan den scheerdraad, of aan den inslag van linnen, of van wol, of aan vel, of aan enig vellenwerk;En die plaag aan het kleed, of aan het vel, of aan den scheerdraad, of aan den inslag, of aan enig vellentuig, groenachtig of roodachtig is; het is de plaag der melaatsheid; daarom zal zij den priester vertoond worden.En de priester zal de plaag bezien; en hij zal hetgeen de plaag heeft, zeven dagen doen opsluiten.Daarna zal hij op den zevenden dag de plaag bezien; zo de plaag uitgespreid is aan het kleed, of aan den scheerdraad, of aan den inslag, of aan het vel, tot wat werk dat vel zou mogen gemaakt zijn, die plaag is een knagende melaatsheid, het is onrein.Daarom zal hij dat kleed, of die werpte, of dien inslag van wol, of van linnen, of alle vellentuig, waarin die plaag zal zijn, verbranden; want het is een knagende melaatsheid; het zal met vuur verbrand worden.Doch indien de priester zal zien, dat, ziet, de plaag aan het kleed, of aan den scheerdraad, of aan den inslag, of aan enig vellentuig niet uitgespreid is;Zo zal de priester gebieden, dat men hetgeen, waaraan die plaag is, wasse, en hij zal dat andermaal zeven dagen doen opsluiten.Als de priester, nadat het gewassen is, de plaag zal bezien hebben, dat, ziet, de plaag haar gedaante niet veranderd heeft, en de plaag niet uitgespreid is, het is onrein, gij zult het met vuur verbranden; het is een ingraving aan zijn achterste of aan zijn voorste zijde.Indien nu de priester merken zal, dat, ziet, die plaag, nadat zij zal gewassen zijn, ingetrokken is; dan zal hij ze van het kleed, of van het vel, of van den scheerdraad, of van den inslag afscheuren.Maar zo zij nog aan het kleed, of aan den scheerdraad, of aan den inslag, of aan enig vellentuig, gezien wordt, het is uitbottende melaatsheid; gij zult hetgeen, waaraan de plaag is, met vuur verbranden.Maar het kleed, of de werpte, of de inslag, of alle vellentuig, dat gij gewassen zult hebben, als de plaag daarvan geweken zal zijn, dat zal andermaal gewassen worden, en het zal rein zijn.Dit is de wet van de plaag der melaatsheid, van een wollen of linnen kleed, of een werpte, of een inslag, of alle vellentuig, om dat rein te verklaren, of onrein te verklaren.
    Lire la suite
  • De genezing van de dienaar van de Romeinse officier

    Dit artikel onderzoekt de genezing door Jezus van de dienaar van een Romeinse officier in Kafarnaüm, een blijk van uitzonderlijk geloof en van Jezus’ gezag over alle volken.

    Lukas 7.1-10 (De Heilige Schrift 1917) :
    Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken.Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet;Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden.En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.
    Lire la suite
  • De lastering tegen de Heilige Geest

    Dit artikel onderzoekt de lastering tegen de Heilige Geest, een onvergeeflijke zonde die in de evangeliën wordt besproken. Door de werken van de Heilige Geest aan een onreine geest toe te schrijven, overschrijdt men een grens waarvoor geen vergeving mogelijk is. De onmisbare rol van de Heilige Geest bij vergeving en bekering wordt benadrukt. Het artikel verbreedt de beschouwing naar de mogelijkheid van een dergelijke zonde in de huidige tijd.

    Lukas 12.10 (De Heilige Schrift 1917) :
    En een iegelijk, die enig woord spreken zal tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden.
    Lire la suite

Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week

  • De vermenigvuldiging van de broden voor de 5000 personen

    De vermenigvuldiging van de broden voor 5000 mannen is een wonder dat door alle vier de evangelisten wordt getuigd en zich afspeelt bij Betsaïda in april 32 n.Chr. Met slechts vijf broden en twee vissen voedt Jezus een immense menigte, wat zijn goddelijke macht en zijn herderlijke medelijden illustreert en vooruitwijst naar de eucharistie. De twaalf overgebleven manden symboliseren de overvloed van het Koninkrijk van God.

    Lukas 9.10-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de apostelen, wedergekeerd zijnde, verhaalden Hem al wat zij gedaan hadden. En Hij nam hen mede en vertrok alleen in een woeste plaats der stad, genaamd Bethsaida.En de scharen, dat verstaande, volgden Hem; en Hij ontving ze, en sprak tot hen van het Koninkrijk Gods; en die genezing van node hadden, maakte Hij gezond.En de dag begon te dalen; en de twaalven, tot Hem komende, zeiden tot Hem: Laat de schare van U, opdat zij, heengaande in de omliggende vlekken en in de dorpen, herberg nemen mogen, en spijze vinden; want wij zijn hier in een woeste plaats.Maar Hij zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden, en twee vissen; tenzij dan dat wij heengaan en spijs kopen voor al dit volk;Want er waren omtrent vijf duizend mannen. Doch Hij zeide tot Zijn discipelen: Doet hen nederzitten bij zaten, elk van vijftig.En zij deden alzo, en deden hen allen nederzitten.En Hij, de vijf broden en de twee vissen genomen hebbende, zag op naar den hemel, en zegende die, en brak ze, en gaf ze den discipelen, om der schare voor te leggen.En zij aten en werden allen verzadigd; en er werd opgenomen, hetgeen hun van de brokken overgeschoten was, twaalf korven.
    Lire la suite
  • De Messias Jezus en Petrus lopen over het water

    Perikoop 171 analyseert het wonder van Jezus die over het water van het Meer van Gennesaret loopt (april 32 n.Chr.), met inbegrip van de episode van Petrus. Een nauwkeurige vergelijking van de verslagen van Matteüs 14.22-32, Marcus 6.45-52 en Johannes 6.16-21 brengt overeenkomsten en verschillen aan het licht en toont de goddelijke kracht van de Messias en de spanning tussen geloof en twijfel bij de discipelen.

    Mattheüs 14.22-32 (De Heilige Schrift 1917) :
    En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vreze.Maar terstond sprak hen Jezus aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.
    Lire la suite
  • Vertrek per boot naar de stad Magdala

    Het artikel behandelt het vertrek van Jezus per boot naar Magdala na de vermenigvuldiging van de broden, onderzoekt de verschillen tussen de verslagen van Matteüs en Marcus en benadrukt het belang van historisch onderzoek om deze verschillen te begrijpen.

    Mattheüs 15.39 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala.
    Lire la suite
  • De Messias Jezus zegent kleine kinderen

    Het artikel onderzoekt hoe Jezus de kinderen zegent, in Betanië, na het feest van de Inwijding. Deze gebeurtenis wordt beschreven in de synoptische evangeliën en laat zien hoe belangrijk kinderen zijn in het Koninkrijk van God, ondanks de terughoudendheid van de discipelen.

    Lukas 18.15-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve.Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen.
    Lire la suite
  • De rijke jongeman

    Dit artikel analyseert de ontmoeting van de rijke jongeman met Jezus, een perikoop uit de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Het belicht Jezus' onderwijs over het loslaten van materiële zaken en over geloof, en plaatst de gebeurtenis tegelijk in een historische context tussen Chanoeka en Pesach.

    Markus 10.17-22 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
    Lire la suite
  • Het heil en de rijkdom

    Dit artikel onderzoekt het onderwijs van Jezus over rijkdom en redding, aan de hand van bijbelse gebeurtenissen tussen Chanoeka en Pesach. Verhalen over genezingen en roepingen, zoals dat van Bartimeüs en Zacheüs, werpen licht op de zending van Jezus in Jericho, gekenmerkt door de opwekking van Lazarus en de verstrekkende gevolgen daarvan.

    Johannes 10.40-42 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.En velen geloofden aldaar in Hem.
    Lire la suite

De laatste dag tot de kruisiging

  • Voorbereiding van het Pascha

    Dit artikel richt zich op de voorbereiding van Pesach door Jezus en zijn leerlingen. Het onderzoekt de bijbelse verslagen van dit moment, de samensmelting van de feesten van Pesach en de Ongezuurde Broden, en de praktische aanpassingen van de traditionele gebruiken in het licht van de toestroom van gelovigen naar Jeruzalem.

    Exodus 13.3-10 (De Heilige Schrift 1917) :
    Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
    Lire la suite
  • Judas Iskariot, de verrader, wordt aangewezen

    Dit artikel onderzoekt het verraad van Judas Iskariot tijdens de laatste paasmaaltijd met Jezus. Door de verhalen van de evangeliën te analyseren, belicht het de reacties van de leerlingen en de theologische implicaties van deze cruciale gebeurtenis in Jeruzalem.

    Markus 14.18-21 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
    Lire la suite
  • De verloochening van Petrus aangekondigd

    Het artikel onderzoekt Jezus’ voorspelling over de verloochening van Petrus en belicht de verschillen in de verslagen van de Evangeliën en het mededogen van Jezus met de menselijke zwakheid van Petrus.

    Johannes 13.36-38 (De Heilige Schrift 1917) :
    Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij namaals volgen.Petrus zeide tot Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.
    Lire la suite
  • Halt in Getsemane

    Het artikel ‘PER328 - Halt in Getsemane’ onderzoekt de betekenis van de episode in Getsemane in de evangeliën. Het benadrukt het lijden en het gebed van Jezus vóór zijn arrestatie en duidt dit moment als een onderwijzing over het gebed en de overgave aan Gods wil.

    Mattheüs 26.36 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.
    Lire la suite
  • De groep onder leiding van Judas Iskariot komt aan

    Het artikel behandelt de arrestatie van Jezus door Judas Iskariot in de hof van Getsemane, zoals beschreven in de Evangeliën. Het analyseert de context en de betekenis van deze sleutelgebeurtenis in het lijden van Jezus en onderzoekt de verslagen van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.

    Lukas 22.47-53 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
    Lire la suite
  • De arrestatie

    Dit artikel behandelt de arrestatie van Jezus in de hof van Getsemane, zoals die in de Evangeliën wordt verteld. Het belicht het verraad van Judas en de reactie van de soldaten op de verklaring van Jezus, waaruit zijn beheersing van de situatie blijkt.

    Markus 14.43-46 (De Heilige Schrift 1917) :
    En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
    Lire la suite
  • De woorden van Jezus de Messias tot de menigte bij de arrestatie

    Dit artikel onderzoekt de arrestatie van Jezus in de hof van Getsemane, waarbij zijn kalmte en zijn bereidheid om het goddelijke plan te vervullen worden benadrukt. Met zijn woorden legt hij de tegenstrijdigheden van de religieuze autoriteiten bloot en onderstreept hij zijn beheersing van de situatie, waarbij hij zijn verlossende zending uit liefde voor de mensheid openbaart.

    Johannes 18.2 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.
    Lire la suite
  • De overbrenging naar de zittende hogepriester, Kajafas

    Het artikel analyseert de overbrenging van Jezus naar Kajafas en benadrukt hoe de Joodse autoriteiten een snelle veroordeling planden, met een schijn van wettigheid. Verschillende bijlagen verduidelijken de historische context en de evangeliën beschrijven de gebeurtenissen in detail.

    Lukas 22.54 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre.
    Lire la suite
  • De verloochening van de apostel Petrus, vergezeld door de apostel Johannes

    Dit artikel beschrijft de verloochening van de apostel Petrus zoals die in de Evangeliën wordt verteld, wanneer hij zijn Meester Jezus driemaal verloochent. Het artikel belicht de precieze omstandigheden van deze gebeurtenis en onderzoekt de rol van de apostel Johannes. Door de verschillende versies van de Evangeliën naast elkaar te leggen, wordt dit tragische moment grondig geanalyseerd binnen de historische en religieuze context van die tijd.

    Johannes 18.17-27 (De Heilige Schrift 1917) :
    De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?(Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.
    Lire la suite
  • De kruisiging

    Perikoop PER352 analyseert de kruisiging van Jezus op de berg Golgota aan de hand van de vier evangeliën. Ze plaatst de gebeurtenis rond 9 uur op een vrijdagochtend en onderzoekt de vervulling van de profetieën (Jesaja 53,12; Psalm 22,19), de technische details van de kruisiging, het koninklijke opschrift en de spot van de getuigen. Een nauwkeurige synoptische lezing die geschiedenis, chronologie en theologie met elkaar verbindt.

    Mattheüs 27.22 (De Heilige Schrift 1917) :
    Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.
    Lire la suite
  • De dood van de Messias Jezus

    De perikoop PER357 analyseert de dood van Jezus aan het kruis op Golgota, op vrijdag 1 april van het jaar 33, omstreeks 15 uur, aan de hand van de vier evangeliën. Matteüs en Marcus liggen heel dicht bij elkaar; Lucas vermeldt de laatste woorden van Jezus en de reactie van de centurio; Johannes, als rechtstreekse getuige, verduidelijkt de gebeurtenissen na de dood en de vervulling van de profetieën. Het artikel bevat een nauwkeurige chronologie van de drie dagen en drie nachten volgens de Joodse kalender.

    Johannes 19.32 (De Heilige Schrift 1917) :
    De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was;
    Lire la suite

Betrouwbaarheid van de Schrift en andere leerstellige thema’s

  • Het debat over de datum van de dood van Jezus

    Het artikel analyseert de voorgestelde data van de dood van Jezus, 7 april 30 en 1 april 33 n.Chr., op basis van de evangeliën, de geschiedenis en astronomische berekeningen.

    Johannes 19.14 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het was de voorbereiding van het pascha, en omtrent de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning!
    Lire la suite

De opstanding en de verschillende verschijningen

  • De boodschap van de engelen

    De pericoop PER366 analyseert de boodschap van de engelen aan de vrouwen bij het graf, op de zondagochtend van de opstanding. Door Matteüs, Marcus en Lucas te vergelijken, onderzoekt zij de verschillen in het aantal engelen, het gebruikte woordgebruik en de plaats van de vrouwen als eerste getuigen. Deze verschillen weerspiegelen de redactionele vrijheid van de evangelisten en vormen aanwijzingen voor de historische authenticiteit van het verhaal van de opstanding.

    Lukas 23.49 (De Heilige Schrift 1917) :
    En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen, die Hem te zamen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan.
    Lire la suite

Uitdrijvingen

  • Uitdrijving in Kafarnaüm

    L'article analyse les passages des Évangiles de Matthieu, Marc, et Luc où Jésus Messie guérit et chasse des démons après le sabbat, accomplissant des prophéties et révélant son identité divine.

    Lukas 4.40-41 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidene ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij leide een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.
    Lire la suite

Genezingen

  • Genezing van de schoonmoeder van Petrus

    L'article traite du miracle de la guérison de la belle-mère de Pierre, relaté dans Matthieu, Marc et Luc. Il met en lumière la puissance de guérison de Jésus et sa compassion envers les malades, les récits soulignant différents aspects de cet événement. Jésus guérit immédiatement la belle-mère de Pierre, elle se met ensuite à les servir. Les perspectives uniques des Évangiles enrichissent notre compréhension de cet acte miraculeux.

    Lukas 4.38-39 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
    Lire la suite
  • Genezing van de verlamde

    L'article analyse le miracle de la guérison du paralytique, présent dans les Évangiles de Matthieu, Marc et Luc. Jésus, confronté au scepticisme des scribes, démontre son autorité divine en guérissant un paralytique descendu d'un toit par ses amis. Ce récit souligne la foi des porteurs et la capacité du Christ à pardonner et guérir, entraînant émerveillement et louanges de la foule.

    Lukas 5.17-26 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen.En ziet, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen.En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus.En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.En de Schriftgeleerden en de Farizeen begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen?Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten?Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.En ontzetting heeft hen allen bevangen, en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vreze, zeggende: Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien.
    Lire la suite
  • Uitdrijving van de bezetene van Gadara

    L'exorcisme de Gadara montre Jésus exorcisant des démons dans les Géraséniens, selon Matthieu, Marc, et Luc. Les démons reconnaissent Jésus comme le Fils de Dieu et demandent à entrer dans un troupeau de porcs qui se noiera ensuite. Cet acte démontre l'autorité et le pouvoir rédempteur de Jésus.

    Lukas 8.26-39 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij voeren voort naar het land der Gadarenen, hetwelk is tegenover Galilea.En als Hij aan het land uitgegaan was, ontmoette Hem een zeker man uit de stad, die van over langen tijd met duivelen was bezeten geweest; en was met geen klederen gekleed, en bleef in geen huis, maar in de graven.En hij, Jezus ziende, en zeer roepende, viel voor Hem neder, en zeide met een grote stem: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten, ik bid U, dat Gij mij niet pijnigt!Want Hij had den onreinen geest geboden, dat hij van den mens zou uitvaren; want hij had hem menigen tijd bevangen gehad; en hij werd met ketenen en met boeien gebonden, om bewaard te zijn; en hij verbrak de banden, en werd van den duivel gedreven in de woestijnen.En Jezus vraagde hem, zeggende: Welke is uw naam? En hij zeide: Legio. Want vele duivelen waren in hem gevaren.En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in den afgrond heen te varen.En aldaar was een kudde veler zwijnen, weidende op den berg; en zij baden Hem, dat Hij hun wilde toelaten in dezelve te varen. En Hij liet het hun toe.En de duivelen, uitvarende van den mens, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in het meer; en versmoorde.En die ze weidden, ziende hetgeen geschied was, zijn gevlucht; en heengaande boodschapten het in de stad, en op het land.En zij gingen uit, om te zien hetgeen geschied was, en kwamen tot Jezus, en vonden den mens, van welken de duivelen uitgevaren waren, zittend aan de voeten van Jezus, gekleed en wel bij zijn verstand; en zij werden bevreesd.En ook, die het gezien hadden, verhaalden hun, hoe de bezetene was verlost geworden.En de gehele menigte van het omliggende land der Gadarenen baden Hem, dat Hij van hen wegging; want zij waren met grote vreze bevangen. En Hij, in het schip gegaan zijnde, keerde wederom.En de man, van welken de duivelen uitgevaren waren, bad Hem, dat hij mocht bij Hem zijn. Maar Jezus liet hem van Zich gaan, zeggende:Keer weder naar uw huis, en vertel, wat grote dingen u God gedaan heeft. En hij ging heen door de gehele stad, verkondigende, wat grote dingen Jezus hem gedaan had.
    Lire la suite

De tegenstrijdigheden

  • Inleiding

    L'article explore les contradictions perçues dans les Évangiles, affirmant qu'elles reflètent la profondeur de la révélation biblique plutôt que des erreurs. Malgré des divergences apparentes, les Évangiles sont vus comme des récits réels et cohérents garantis par l'inspiration divine. Les sites véhiculant des contradictions sont critiqués pour leur manque d'analyse.

    Johannes 17.17 (De Heilige Schrift 1917) :
    Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.
    Lire la suite
  • Wie is de vader van Sealtiël?

    L'article examine la prétendue contradiction dans les Évangiles concernant le père de Shealthiel. Il propose de comprendre la divergence généalogique comme une différence dans les logiques d'établissement des parentés de l'époque biblique, plutôt qu'une contradiction.

    Mattheüs 1.12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;
    Lire la suite
  • De ontdekking van Petrus?

    L'article CTD012 répond à une prétendue contradiction entre Jean 1.41 et Matthieu 16.17 sur la découverte par Pierre de l'identité messianique de Jésus. Ces deux passages décrivent en réalité deux étapes complémentaires : une première annonce humaine faite par André, puis une révélation divine intérieure confirmée par Jésus lui-même. La foi de Pierre est un cheminement progressif, non un événement unique.

    Johannes 1.41 (De Heilige Schrift 1917) :
    (1:42) Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
    Lire la suite
  • De ontmoeting van Jezus en Petrus?

    L'article CTD013 répond à une objection classique : où Jésus a-t-il rencontré Pierre et André pour la première fois ? Matthieu situe la rencontre en Galilée, Jean sur les bords du Jourdain. L'article démontre qu'il s'agit de deux étapes distinctes : une première rencontre en Judée (Jean), puis un appel définitif en Galilée (Matthieu). Les deux récits sont complémentaires, non contradictoires, et illustrent la progression graduelle de la vocation des disciples.

    Mattheüs 4.19 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.
    Lire la suite
  • De vervloekte vijgenboom?

    L'article explore la supposée contradiction entre deux versions bibliques sur le figuier maudit par Jésus dans les Évangiles de Matthieu et Marc, trouvant une complémentarité dans leurs perspectives.

    Mattheüs 21.18-20 (De Heilige Schrift 1917) :
    En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?
    Lire la suite
  • De kus van Judas?

    L'article discute des différences narratives sur Judas embrassant Jésus entre les Évangiles. Matthieu, Marc et Luc relatent l'événement explicitement, tandis que Jean l'omet, offrant une autre perspective. Cette divergence est vue comme complémentaire, enrichissant la compréhension de l'arrestation de Jésus.

    Johannes 18.3-12 (De Heilige Schrift 1917) :
    Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;
    Lire la suite
  • De verloochening van Petrus?

    Cet article examine l'apparente contradiction dans les Évangiles concernant le reniement de Pierre. Il conclut que, bien que Jean et Marc présentent des variantes, ils s'accordent sur l'accomplissement de la prédiction de Jésus. Les récits sont complémentaires, pas contradictoires.

    Markus 14.72 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
    Lire la suite
  • De gelijkenissen?

    L'article discute des paraboles de Jésus, en éclaircissant l'absence de contradiction entre leurs interprétations publiques et privées. Les paraboles sont un outil pédagogique, et non des enseignements secrets.

    Johannes 18.20 (De Heilige Schrift 1917) :
    Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
    Lire la suite
  • Het tijdstip van de kruisiging?

    L'article clarifie une apparente contradiction dans les Évangiles concernant l'heure de la crucifixion de Jésus, en expliquant qu'ils utilisent des systèmes horaires différents. Marc suit l'heure juive tandis que Jean suit l'heure romaine, harmonisant ainsi les récits.

    Johannes 19.14 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het was de voorbereiding van het pascha, en omtrent de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning!
    Lire la suite
  • De rovers aan het kruis?

    Cet article explore la complémentarité entre les récits de Marc et de Luc concernant les brigands crucifiés avec Jésus. Marc décrit le début des moqueries, tandis que Luc révèle la repentance d'un brigand, soulignant son évolution spirituelle.

    Lukas 23.32-33 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel plaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter zijde en den ander ter linker zijde.
    Lire la suite
  • Wanneer is Jezus ten hemel opgevaren?

    Cet article explore la contradiction apparente entre Luc 23.43 et Jean 20.17 concernant l'ascension de Jésus. Il propose que le terme "aujourd'hui" indique la certitude de la promesse divine plutôt qu'une action immédiate, soulignant l'harmonie des Évangiles lorsqu'on les examine dans leur contexte eschatologique.

    Hebreeën 3.7-15 (De Heilige Schrift 1917) :
    Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn;Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang.Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend.Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God;Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden;Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is.
    Lire la suite
  • De tekst van het titulus?

    L'article traite des variations dans les Évangiles concernant le titulus de Jésus, expliquant qu'elles reflètent des versions linguistiques différentes et sont en réalité complémentaires, non contradictoires.

    Markus 15.26 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING DER JODEN.
    Lire la suite
  • Wilde Herodes Johannes de Doper doden?

    L'article examine les Évangiles de Matthieu et Marc sur la question de savoir si Hérode Antipas voulait réellement tuer Jean-Baptiste. Chaque évangile présente une perspective différente mais complémentaire: Matthieu décrit le désir de mort d'Hérode tempéré par la peur de la foule, tandis que Marc souligne l'influence d'Hérodiade et la fascination d'Hérode pour Jean. Cette analyse montre un Hérode déchiré entre ses émotions et les pressions externes.

    Markus 6.19 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en konde niet;
    Lire la suite
  • De echte naam van Mattheüs?

    L'article discute de l'identité du disciple Matthieu, également appelé Lévi dans certains Évangiles. Il explique que cette variation de nom est due aux pratiques onomastiques du 1er siècle, où les gens avaient souvent plusieurs noms selon les contextes sociaux et religieux.

    Lukas 5.27 (De Heilige Schrift 1917) :
    En na dezen ging Hij uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij.
    Lire la suite
  • De exacte dag van de laatste Paasmaaltijd?

    L'article explore les divergences apparentes entre les Évangiles sur la chronologie de la crucifixion par rapport à la Pâque. Les calendriers juifs divergents expliquent ces différences, permettant de conclure à une compatibilité des textes.

    Johannes 18.28 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
    Lire la suite
  • Wilde Jezus aan de kruisiging ontkomen?

    L'article aborde la question de Jésus priant pour éviter la crucifixion, explorant des passages des Évangiles qui montrent à la fois son désir d'échapper à la souffrance et sa détermination à suivre la volonté de Dieu.

    Johannes 12.27 (De Heilige Schrift 1917) :
    Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.
    Lire la suite
  • Hoe vaak ging Jezus bij zijn leerlingen vandaan om te bidden?

    L'article traite des récits évangéliques sur les prières de Jésus à Gethsémané. Alors que Matthieu et Marc rapportent trois retraits de Jésus pour prier, Luc n'en mentionne qu'un, illustrant une approche théologique unique, mais sans contrarier les autres évangiles.

    Lukas 22.39-46 (De Heilige Schrift 1917) :
    En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
    Lire la suite
  • Wat zegt de honderdman wanneer Jezus sterft?

    L'article explore l'apparente contradiction dans les Évangiles concernant les paroles du centurion à la mort de Jésus. Tandis que Luc insiste sur l'innocence, Marc souligne la reconnaissance de Jésus comme Fils de Dieu. Ces perspectives révèlent la pluralité théologique des Évangiles, rendant compte de l'innocence de Jésus et de sa mort salvatrice. Les évangélistes rapportent des paroles significatives selon leurs objectifs théologiques.

    Jesaja 53.9 (De Heilige Schrift 1917) :
    En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
    Lire la suite
  • Wat waren de laatste woorden van Jezus vóór zijn dood?

    Cet article examine la prétendue contradiction entre Luc et Jean sur les dernières paroles de Jésus. Luc mentionne "Père, je remets mon esprit", tandis que Jean rapporte "Tout est accompli". L'analyse révèle que ces déclarations sont complémentaires, illustrant deux dimensions de la mort de Jésus : l'accomplissement du salut et la remise de l'esprit au Père. Les différences soulignent les perspectives théologiques uniques de chaque évangéliste.

    Johannes 19.30 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.
    Lire la suite
  • Is de centurio persoonlijk naar Jezus toe gekomen?

    L'article examine une contradiction entre Matthieu et Luc sur la rencontre entre Jésus et le centurion à Capharnaüm. Matthieu décrit une rencontre directe, alors que Luc mentionne des intermédiaires. Les différences s'expliquent par le principe de représentation, la progression des événements et les styles rédactionnels divergents. Ces variations ne modifient pas le fond des récits.

    Mattheüs 8.5-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.
    Lire la suite
  • Moment van het bezoek van de vrouwen aan het graf

    L'article analyse les récits évangéliques concernant la visite des femmes au tombeau et réfute les prétendues contradictions entre eux. Il propose que les différentes descriptions des évangélistes représentent diverses étapes temporelles d'un même événement au lieu de récits divergents.

    Johannes 20.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
    Lire la suite
  • But de la visite des femmes au tombeau

    L'article examine les récits des Évangiles sur la visite des femmes au tombeau de Jésus, explorant différentes intentions apparentes. Tandis que Marc et Luc parlent d'aromates, Matthieu mentionne l'action de visiter le tombeau, et Jean se concentre sur sa vacuité. Bien que les narrations paraissent divergentes, elles se complètent. Les pratiques funéraires juives permettent de comprendre ces différences.

    Mattheüs 28.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien.
    Lire la suite
  • Was de steen van het graf al weggerold toen de vrouwen aankwamen?

    Les récits évangéliques sur la pierre du tombeau de Jésus sont examinés : Marc, Luc et Jean la trouvent déjà roulée, tandis que Matthieu décrit un ange la déplaçant. L'article démontre que ces récits sont complémentaires et non contradictoires.

    Markus 16.4 (De Heilige Schrift 1917) :
    (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.
    Lire la suite
  • Kregen de vrouwen een uitleg?

    L'article analyse les récits évangéliques de la résurrection de Jésus, montrant qu'ils ne sont pas contradictoires mais complémentaires. Marie de Magdala serait partie du tombeau avant l'annonce angélique, expliquant son ignorance initiale de la résurrection. Les textes, replacés dans leur contexte, révèlent une chronologie cohérente.

    Lukas 24.23 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
    Lire la suite
  • De eerste ontmoeting van Maria Magdalena met de opgestane Jezus

    L'article examine si les Évangiles de Matthieu et Jean se contredisent sur la rencontre de Marie de Magdala avec Jésus ressuscité. En réalité, ils rapportent deux épisodes distincts qui se complètent, enrichissant ainsi la compréhension de la résurrection.

    Mattheüs 28.9 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
    Lire la suite
  • Dit is mijn Zoon

    Cet article explore la perception et l'adresse de la voix divine lors du baptême de Jésus, comparant les Évangiles de Matthieu, Marc, Luc et Jean. Chaque auteur propose une vue unique qui enrichit l'événement, suggérant non des contradictions mais des perspectives complémentaires.

    Lukas 3.21-22 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was, en bad, dat de hemel geopend werd;En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde, in lichamelijke gedaante, gelijk een duif; en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!
    Lire la suite
  • De verzoeking van Jezus

    L'article analyse les divergences des récits bibliques sur la tentation de Jésus, mettant en lumière les différences entre les évangiles de Marc, Matthieu et Luc. L'auteur invite à explorer les perspectives uniques de chaque texte pour une meilleure compréhension de cet événement central.

    Lukas 4.1-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd.
    Lire la suite
  • De schoonmoeder van Petrus

    L'article analyse les récits évangéliques de la guérison de la belle-mère de Pierre, mettant en lumière des divergences entre Matthieu, Marc et Luc. Il explore les implications théologiques des différences et souligne la richesse apportée par chaque récit.

    Lukas 4.38-39 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonde aan opstaande, diende henlieden.
    Lire la suite
  • Een verlamde gedragen door vier mannen

    L'article explore les différences dans les récits de Matthieu et Marc concernant la guérison du paralytique par Jésus. Bien que les récits varient, l'article souligne qu'ils sont complémentaires, reflétant les perspectives individuelles des auteurs sous l'inspiration divine, offrant une vue riche des événements.

    Markus 2.3-12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
    Lire la suite
  • De farizeeën of de schriftgeleerden

    Cet article aborde une apparente contradiction biblique entre les pharisiens et les scribes dans les Évangiles, et explique comment ces différences reflètent des perspectives distinctes mais complémentaires des auteurs bibliques sur l'opposition à Jésus.

    Lukas 11.14-16 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.En anderen, Hem verzoekende, begeerden van Hem een teken uit den hemel.
    Lire la suite
  • Wat zegt Jezus tegen de dochter van Jaïrus?

    L'article analyse le récit de la résurrection de la fille de Jaïrus par Jésus, discutée dans trois Évangiles. Les récits de Marc, Matthieu et Luc, souvent considérés comme contradictoires, sont présentés comme complémentaires. En comparant les détails de chaque évangile, l'article montre qu'il n'y a pas de contradiction mais une diversité de perspectives sur cet événement miraculeux.

    Lukas 8.54-55 (De Heilige Schrift 1917) :
    Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan; en Hij gebood, dat men haar te eten geven zoude.
    Lire la suite
  • De staf voor onderweg

    L'article explore la contradiction apparente dans les Évangiles sur l'utilisation du bâton lors de voyages missionnaires, en comparant les récits de Matthieu, Marc et Luc, et propose une interprétation harmonieuse.

    Markus 6.8-9 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
    Lire la suite
  • Het teken van Jona

    L'article traite de la contradiction apparente sur 'le signe de Jonas' entre Matthieu, Marc, Luc et Jean. Il explique les divergences par les cibles différentes des Évangiles et leur objectif commun de souligner l'importance de l'annonce du royaume des cieux.

    Markus 8.11-12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende.En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!
    Lire la suite
  • Het zuurdeeg van de Farizeeën

    L'article explore la diversité des présentations évangéliques de l'avertissement de Jésus sur le "levain des pharisiens", examinant les différences culturelles et théologiques chez Matthieu, Marc et Luc.

    Lukas 12.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    Daarentussen als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelven voor den zuurdesem der Farizeen, welke is geveinsdheid.
    Lire la suite
  • De verheerlijking op de berg

    Cet article analyse les différences apparentes entre les récits évangéliques de la transfiguration de Jésus. Il évalue les perspectives uniques de Matthieu, Marc et Luc, soulignant l'absence de Jean sur cet événement. Les variations entre les récits sont considérées comme complémentaires, enrichissant la compréhension de cet épisode clé de la théologie chrétienne.

    Markus 9.7-8 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en een stem kwam uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.
    Lire la suite
  • Het onbegrip van de leerlingen

    L'article explore les différences dans la compréhension des paroles de Jésus par les disciples selon Matthieu, Marc et Luc. Il argue que Matthieu montre leur tristesse due à la compréhension partielle de sa mort, tandis que Marc et Luc indiquent leur incompréhension de la résurrection. Ces récits complémentaires enrichissent la compréhension de cet événement.

    Lukas 9.43-45 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods. En als zij allen zich verwonderden over al de dingen, die Jezus gedaan had, zeide Hij tot Zijn discipelen:Legt gij deze woorden in uw oren: Want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in der mensen handen.Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen, alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen.
    Lire la suite
  • Woord van God of woord van Mozes?

    L'article examine une divergence entre Matthieu et Marc concernant le divorce. Il explique que Jésus s'adresse différemment selon son auditoire : les Juifs, pour qui la loi divine est intrinsèquement liée à Moïse, et les non-Juifs, pour qui la mention directe de Moïse est plus compréhensible. Les deux évangiles sont considérés comme fidèles malgré leur approche distinctive.

    Mattheüs 19.3-6 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de Farizeen kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak?Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
    Lire la suite
  • Het eeuwige leven

    L'article "La vie éternelle" discute de l'interrogation d'un jeune homme à Jésus dans les Évangiles synoptiques sur la vie éternelle, montrant qu'il n'existe pas de contradiction significative dans les récits, mais des perspectives qui s'enrichissent mutuellement.

    Mattheüs 19.16-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
    Lire la suite
  • Het verzoek van Salome

    L'article analyse les récits de Matthieu et Marc sur la demande de Salomé et de ses fils Jacques et Jean pour une place privilégiée dans le royaume de Dieu. Les différences sont examinées pour montrer qu'elles ne constituent pas une contradiction, mais plutôt un complément. Chaque Évangile offre une perspective unique, enrichissant ainsi la compréhension de l'événement.

    Lukas 22.24-27 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd.Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient.Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.
    Lire la suite
  • De twee blinden

    L'article explore les différences entre les récits évangéliques de la guérison d'un ou de deux aveugles à Jéricho par Jésus. Il examine Matthieu, Marc et Luc, clarifiant que la diversité narrative n'implique pas une contradiction. L'importance de la perspective individuelle des auteurs est soulignée.

    Mattheüs 20.30 (De Heilige Schrift 1917) :
    En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.
    Lire la suite

Historische aantekeningen

  • Sprak Jezus Grieks?

    Het artikel onderzoekt de waarschijnlijkheid dat Jezus Grieks sprak. Hoewel hij in Nazaret, een afgelegen plaats, werd geboren, vermelden de evangeliën directe gesprekken van Jezus met Pilatus en met Romeinse officieren zonder een tolk te noemen. De auteur suggereert dat het werk als timmerman in Sepforis, een gehelleniseerde stad, en mogelijk plaatselijk onderwijs deze waarschijnlijke beheersing van het Grieks verklaren.

    Mattheüs 8.5 (De Heilige Schrift 1917) :
    Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,
    Lire la suite
Compléments
  • ANN018 De broers en zussen van Jezus

    L'article explore l'identité des frères et sœurs de Jésus, débat théologique influencé par les interprétations catholiques et protestantes. En examinant les Évangiles, il met…

  • ANN019 Heeft God werkelijk gezegd?

    L'article aborde la fiabilité des Évangiles, les critiques qu'ils suscitent, et défend leur inerrance sous la guidance divine. Il distingue entre critiques légitimes et…

  • ANN021 De roepingen van de leerlingen

    L'article analyse les différents récits des évangiles concernant l'appel des premiers disciples de Jésus, montrant que ces narrations ne se contredisent pas mais se…

  • ANN022 De keuze van de apostelen

    L'article explore le choix des douze apôtres par Jésus, soulignant l'importance symbolique du nombre douze. Il détaille la sélection attentive des apôtres et l'impact…

  • ANN026 Het tijdstip van de kruisiging

    L'article explore les divergences horaires des Évangiles concernant la crucifixion de Jésus. Les Évangiles synoptiques et Jean donnent des heures différentes, suscitant des débats…

  • ANN027 De laatste Pesachmaaltijd

    L'article analyse la chronologie de la dernière Pâque selon les Évangiles, soulignant que Jésus a été crucifié le vendredi 1er avril 33, en concordance…

  • ANN028 De Joodse dag in de tijd van Jezus

    Cet article explore l’ancienne structure temporelle juive, essentielle pour comprendre les Évangiles. Il distingue comment une journée commence au coucher du soleil et non…

  • ANN040 Maria, de moeder van Jezus

    Cet article discute de Marie, mère de Jésus, soulignant son rôle dans les Évangiles et l'évolution de sa vénération à travers l'histoire chrétienne, malgré…

  • ANN046 De technische eisen van uitgeven in de eerste eeuw

    Cette annexe explore les contraintes techniques d'édition au premier siècle qui expliquent certaines omissions dans les Évangiles. L'écriture sur papyrus coûteux, le monopole égyptien…

  • ANN056 De Evangeliën in cijfers

    L'article analyse les Évangiles à travers la lente exploration des péricopes, discutant de l'antériorité et de la dépendance des récits. Basé sur un découpage…

  • ANN060 De stad Sefforis

    L'article dissèque le rôle clé de Sépphoris en Galilée, proche de Nazareth, et sa signification culturelle et historique, bien que non mentionnée dans les…

  • ANN064 De door Johannes vermelde ‘volgende dagen’

    L'article examine la chronologie des événements liés au baptême de Jésus dans l'évangile de Jean, distincte des Évangiles synoptiques. Il cherche à harmoniser ces…

  • ANN069 Jozef, de adoptievader van Jezus

    Joseph, père adoptif de Jésus, est décrit dans les Évangiles avec peu de détails mais joue un rôle crucial. Perçu souvent comme le père…

  • ANN072 De wonderen van Jezus, de Messias

    L'article examine les miracles de Jésus dans les Évangiles, leur signification, leur réception et la question de leur authenticité. Il confronte la perspective historique…

  • ANN073 De opstanding van de Messias Jezus

    Cet article examine la résurrection de Jésus et son impact théologique, discutant des prédictions et réactions des témoins, ainsi que des mesures prises par…

  • ANN075 De verkopers uit de tempel verdreven

    L'article examine l'incident où Jésus expulse les marchands du Temple, un événement rapporté différemment dans les Évangiles de Matthieu, Marc, Luc et Jean. Alors…

  • ANN081 De vervulling van de profetieën

    L'article examine comment les prophéties de l'Ancien Testament trouvent leur accomplissement dans la vie de Jésus, en identifiant 24 points marqués par des événements…

  • ANN088 De twee zalvingen van Jezus, de Messias

    L'article analyse les onctions du Messie Jésus dans les Évangiles, illustrant le contraste des valeurs entre Jésus et Simon le pharisien. Il souligne le…

  • ANN090 De verschijningen van de opgestane Messias Jezus

    L'étude couvre les apparitions de Jésus ressuscité, en se basant sur les récits des Évangiles, notamment la rencontre avec Marie de Magdala. Elle vise…

  • ANN091 De vrouwen aan de voet van het kruis

    L'article analyse la présence et le rôle des femmes lors de la crucifixion de Jésus. Ces femmes, notamment Marie de Magdala, font preuve d'une…

  • ANN107 Harmonisatie van de teksten over de opstanding

    L'article analyse et harmonise les récits de la résurrection de Jésus dans les Évangiles, se concentrant sur Matthieu. Il explique les variations comme des…

  • ANN111 De bestemming van de leerlingen na de vermenigvuldiging van de broden

    L'article explore les récits divergents des Évangiles concernant la destination des disciples après la multiplication des pains, en analysant les perspectives de Matthieu, Marc…

  • ANN113 De vermenigvuldiging van de broden

    Cet article analyse les récits évangéliques de la multiplication des pains, où Jésus nourrit des milliers de personnes avec peu de nourriture. Les différences…

  • ANN126 Gedetailleerde chronologie van de gebeurtenissen rond de opstanding

    L'article examine de manière approfondie la chronologie des événements autour de la résurrection de Jésus, en harmonisant les récits des évangiles. Il s'appuie sur…