De bediening van Johannes de Doper 1 studie
Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week 4 studies
Het optreden van Jezus: roepingen, wonderen en onderwijs 3 studies
De laatste week vóór de arrestatie 12 studies
- 9Aankomst bij Lazarus, Martha en Maria
- 10Triomfantelijke intocht in Jeruzalem
- 11Vervloeking van de onvruchtbare vijgenboom
- 12Aankondiging van de verwoesting van Jeruzalem
- 13De vijgenboom is verdord
De laatste dag tot de kruisiging 11 studies
- 21De verloochening van Petrus aangekondigd
- 22Petrus en een andere leerling bieden aan hun Meester te verdedigen
- 23De weg die naar de hemel leidt
- 24Vertrek naar de Olijfberg
- 25Halt in Getsemane
Betrouwbaarheid van de Schrift en andere leerstellige thema’s 1 studie
Bediening van Petrus 3 studies
De bediening van Johannes de Doper
-
PER040
De resultaten in Jeruzalem
Perikoop 40 analyseert de resultaten van Jezus' eerste prediking in Jeruzalem tijdens Pesach van het jaar 30, volgens Johannes 2.23-25. Velen geloofden vanwege de wonderen, maar Jezus blijft terughoudend tegenover dit oppervlakkige geloof, dat op het spectaculaire steunt in plaats van op oprecht berouw. Johannes benadrukt Jezus' goddelijke vermogen om het mensenhart te kennen. Het artikel noemt twee kernpunten: het verlengde verblijf in Jeruzalem en de goddelijke aard van het onderscheidingsvermogen van de Messias.
Johannes 2.23-25 (De Heilige Schrift 1917) :En als Hij te Jeruzalem was, op het pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, ziende Zijn tekenen, die Hij deed.Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende,En omdat Hij niet van node had, dat iemand getuigen zou van den mens; want Hij Zelf wist, wat in den mens was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week
-
PER217
De overspelige vrouw
Perikoop 217 verhaalt de episode van de overspelige vrouw (Johannes 8.1-11), waarin farizeeën Jezus een valstrik spannen door hem een vrouw voor te leiden die op heterdaad is betrapt. Jezus verijdelt de valstrik met zijn beroemde uitspraak, waarin hij wie zonder zonde is uitnodigt de eerste steen te werpen, en vergeeft daarna de vrouw. Dit verhaal, waarvan de tekstuele echtheid omstreden is, illustreert de eenheid van goddelijke gerechtigheid en barmhartigheid en openbaart het unieke gezag van Jezus om te rechtvaardigen.
Deuteronomium 22.22-24 (De Heilige Schrift 1917) :Wanneer een man gevonden zal worden, liggende bij eens mans getrouwde vrouw, zo zullen zij ook beiden sterven, de man, die bij de vrouw gelegen heeft, en de vrouw; zo zult gij het boze uit Israel wegdoen.Wanneer er een jonge dochter zal zijn, die een maagd is, ondertrouwd aan een man, en een man haar in de stad zal gevonden, en bij haar gelegen hebben;Zo zult gij ze beiden uitbrengen tot de poort derzelver stad, en gij zult hen met stenen stenigen, dat zij sterven; de jonge dochter, ter oorzake, dat zij niet geroepen heeft in de stad, en den man, ter oorzake dat hij zijns naasten vrouw vernederd heeft; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER219
Moordaanslag
Op de laatste dag van een feest in Jeruzalem (13 oktober 32) proberen de farizeeën de Messias Jezus te stenigen, nadat hij zijn goddelijke oorsprong heeft verkondigd. Jezus ontkomt aan de dood door zich tussen zijn discipelen te verbergen en verlaat de stad. Waarschijnlijk trekt hij zich terug in Betanië aan de overzijde van de Jordaan. Alleen Johannes vertelt deze gebeurtenis, op grond van Johannes 8,59.
Johannes 10.22 (De Heilige Schrift 1917) :En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER224
Onderricht over het gebed
De pericoop PER224 presenteert het onderricht van Jezus over het gebed, gegeven op de Olijfberg in december van het jaar 32. Op basis van Matteüs 6.9-13 en Lucas 11.1-4 onderzoekt zij het Onze Vader in twee verschillende contexten. Lucas plaatst de gebeurtenis in de buurt van Jeruzalem, na het bezoek aan Betanië en vóór de genezing van een bezetene. De leerlingen, van wie sommigen Johannes de Doper hadden gevolgd, vragen Jezus hen te leren bidden.
Lukas 11.37 (De Heilige Schrift 1917) :Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER225
De gelijkenis van de opdringerige vriend
De gelijkenis van de opdringerige vriend (Lucas 11.5-13), die alleen in het evangelie van Lucas voorkomt, volgt op het onderwijs over het Onze Vader. Daarin leert Jezus volharding in het gebed: als een vriend uiteindelijk toegeeft aan aandringen, hoeveel vrijgeviger zal God dan geven aan wie hem in geloof bidden, door zelfs de Heilige Geest te schenken aan wie erom vragen.
Lukas 11.5-13 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Het optreden van Jezus: roepingen, wonderen en onderwijs
-
PAR015
De uitlopende vijgenboom
Dit artikel onderzoekt de gelijkenis van de uitlopende vijgenboom, een les in geestelijke waakzaamheid die Jezus geeft in de Evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Dit verhaal moedigt gelovigen aan de tekenen van het koninkrijk van God te onderscheiden zoals men de seizoenen waarneemt, en benadrukt de zekerheid van Jezus' woorden.
Mattheüs 24.32-35 (De Heilige Schrift 1917) :En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur.Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PAR016
De trouwe dienaar
De gelijkenis van de uitlopende vijgenboom, die door Matteüs, Marcus en Lucas in hun eschatologische rede wordt verteld, nodigt de discipelen uit de tekenen te onderscheiden die de terugkeer van de Messias aankondigen. Zoals de knoppen de zomer aankondigen, zo kondigen de gebeurtenissen in de wereld de nabijheid van het Koninkrijk van God aan. Het woord van Christus is eeuwig en zeker: hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar zijn woord blijft.
Markus 13.28-31 (De Heilige Schrift 1917) :En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PAR017
De tien maagden
De gelijkenis van de uitlopende vijgenboom, die wordt verteld door Matteüs, Marcus en Lucas, nodigt de discipelen uit de tekenen des tijds met waakzaamheid en hoop te lezen. Zoals de knoppen de zomer aankondigen, zo kondigen de gebeurtenissen in de wereld de terugkeer van de Messias aan. Het woord van Jezus, zeker en eeuwig, staat borg voor de vervulling van al zijn beloften over het Koninkrijk van God.
Markus 13.28-31 (De Heilige Schrift 1917) :En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De laatste week vóór de arrestatie
-
PER275
Aankomst bij Lazarus, Martha en Maria
Dit artikel onderzoekt de aankomst van Jezus in Betanië en belicht het belang van dit moment vóór het lijden. Betanië, een plaats van rust en vriendschap, vormt een contrast met de roerige gebeurtenissen in Jeruzalem. Het artikel richt zich op de symboliek van deze laatste etappe in de zending van Jezus, zoals die door het evangelie volgens Johannes wordt verteld.
Johannes 12.1 (De Heilige Schrift 1917) :Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanie, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER280
Triomfantelijke intocht in Jeruzalem
De triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem op 27 maart 33, uitgevoerd volgens de profetie van Zacharia, is een messiaanse vredesverklaring. Deze gebeurtenis, die in alle vier de evangeliën wordt beschreven, presenteert Jezus niet als een veroveraar maar als de Vredevorst. Als antwoord juicht de menigte hem toe, waarmee zijn messiaanse waardigheid wordt bevestigd.
Lukas 19.35-40 (De Heilige Schrift 1917) :En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER282
Vervloeking van de onvruchtbare vijgenboom
Op maandag 28 maart 33, op de weg van Betanië naar Jeruzalem, vervloekt de Messias Jezus een vijgenboom die vol bladeren zit maar geen vrucht draagt, en die onmiddellijk verdort. Deze daad, die door Matteüs en Marcus wordt verteld, is een gelijkeniswonder dat Israël symboliseert: veel religieus uiterlijk, maar geen echte vruchtbaarheid. Doordat dit voorval bij Marcus de reiniging van de tempel omlijst, kondigt het Gods oordeel aan over een onvruchtbare vroomheid.
Markus 11.12-14 (De Heilige Schrift 1917) :En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niet dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER283
Aankondiging van de verwoesting van Jeruzalem
In Lucas 19.41-44 nadert Jezus Jeruzalem, weent over de stad en kondigt nauwkeurig haar toekomstige verwoesting door de Romeinen in het jaar 70 n.Chr. aan. Alleen Lucas vermeldt deze gebeurtenis in deze vorm. Jezus betreurt dat Jeruzalem zijn goddelijke bezoeking niet heeft herkend. Deze passage laat zowel het medelijden van de Messias zien als de ernst van de verwerping van de goddelijke openbaring, en valt in de laatste week voor zijn arrestatie.
Mattheüs 23 (De Heilige Schrift 1917) :Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes;Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.En al hun werken doen zij, om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot.En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi!Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Een is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is.Noch zult gij meesters genoemd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus.Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt.Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig.Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt?Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is.En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont.En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste des drinkbekers, en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid.Gij blinde Farizeer, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle onreinigheid.Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij bouwt de graven der profeten op, en versiert de graftekenen der rechtvaardigen;En zegt: Indien wij in de tijden onzer vaderen waren geweest, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten.Aldus getuigt gij tegen uzelven, dat gij kinderen zijt dergenen, die de profeten gedood hebben.Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen!Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden?Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij sommigen doden en kruisigen, en sommigen uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad;Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar.Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.Ziet, uw huis wordt u woest gelaten.Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER288
De vijgenboom is verdord
De dag nadat de vijgenboom vervloekt was, ontdekken de discipelen dat de boom volledig verdord is. Jezus grijpt de gelegenheid aan om te onderwijzen over de kracht van het geloof en het belang van vergeving. Daarbij verbeeldt de vijgenboom in de Schrift Israël, en zijn verdorring wijst vooruit op het oordeel dat veertig jaar later met de verwoesting van de tempel over het volk zou komen. Geloof en vergeving blijven de onwrikbare waarden die Jezus naar voren brengt.
Hosea 9.10 (De Heilige Schrift 1917) :Ik vond Israel als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baal-Peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER301
De eschatologische rede op de Olijfberg
Analyse van de eschatologische rede van Jezus op de Olijfberg, gebaseerd op de evangeliën. Jezus spreekt over de verwoesting van de tempel en de komst van de eindtijd, waarmee hij zijn profetische gaven en de voortzetting van zijn zending na de kruisiging laat zien. Bedoeld voor lezers die hun theologisch inzicht willen verdiepen.
Markus 13.1-28 (De Heilige Schrift 1917) :En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen den tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen allen voleindigd zullen worden?En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters.Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.En de sterren des hemels zullen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER302
De gelijkenis van de vijgenboom
Het artikel analyseert de gelijkenis van de vijgenboom, waarin Jezus geestelijke waakzaamheid leert met het oog op de tekenen van de tijd. De gebeurtenissen die de nadering van het Koninkrijk aankondigen, worden niet als bedreigingen gezien maar als een oproep tot voorbereiding en geloof. De bestendigheid van de woorden van Jezus tegenover het vergankelijke karakter van de wereld wordt benadrukt.
1 Thessalonicenzen 5.6 (De Heilige Schrift 1917) :Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER303
Aansporing tot waakzaamheid
Dit artikel bestudeert de oproep van Jezus tot waakzaamheid, uitgesproken op de Olijfberg, waarin de onzekerheid over zijn terugkomst en de noodzaak van een actief en trouw verwachten van de gelovigen worden benadrukt.
Markus 13.32-37 (De Heilige Schrift 1917) :Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.Gelijk een mens, buiten 's lands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER304
Gelijkenis van de trouwe dienaar
Dit artikel analyseert de gelijkenis van de trouwe dienaar en benadrukt het belang van trouw en waakzaamheid in de verwachting van de zekere maar onvoorspelbare terugkomst van de Heer.
Lukas 12.35-38 (De Heilige Schrift 1917) :Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende.En zijt gij den mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.Zalig zijn die dienstknechten, welke de heer, als hij komt, zal wakende vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, en zal hen doen aanzitten, en bijkomende, zal hij hen dienen.En zo hij komt in de tweede nacht wake, en komt in de derde wake, en vindt hen alzo, zalig zijn dezelve dienstknechten.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER306
Gelijkenis van de dienstknechten en de beloningen, van de talenten
Het artikel behandelt de gelijkenis van de talenten van Jezus, die het belang laat zien van het trouw beheren van gaven in dienst van God, in afwachting van zijn terugkeer.
Mattheüs 25.14-30 (De Heilige Schrift 1917) :Want het is gelijk een mens, die buiten 's lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over.En den ene gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond.Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten.Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee.Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren.En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen.En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen.En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen.Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer! ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt;En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe.Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb.Zo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker.Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene, die de tien talenten heeft.Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER307
Het oordeel over de volken
Het artikel analyseert het oordeel over de volken in Matteüs 25:31-46, waar de Mensenzoon de schapen van de bokken scheidt naar hun daden. Het legt de nadruk op verantwoordelijkheid en goddelijke rechtvaardigheid en roept op tot concrete daden van liefde.
Romeinen 2.6-8 (De Heilige Schrift 1917) :Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden;De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER308
Het complot tegen de Messias Jezus
Het complot tegen Jezus wordt door de religieuze autoriteiten gesmeed vóór Pesach, met de hulp van Judas. Kajafas roept het Sanhedrin bijeen om Jezus, die als een bedreiging wordt beschouwd, te veroordelen met behulp van valse getuigen. Pilatus wordt ingelicht om de arrestatie op de Olijfberg te vergemakkelijken.
Mattheüs 26.1-5 (De Heilige Schrift 1917) :En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De laatste dag tot de kruisiging
-
PER316
De verloochening van Petrus aangekondigd
Het artikel onderzoekt Jezus’ voorspelling over de verloochening van Petrus en belicht de verschillen in de verslagen van de Evangeliën en het mededogen van Jezus met de menselijke zwakheid van Petrus.
Markus 14.29-31 (De Heilige Schrift 1917) :En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd wierden, zo zal ik toch niet geergerd worden.En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER317
Petrus en een andere leerling bieden aan hun Meester te verdedigen
Het artikel behandelt de reactie van Petrus en de leerlingen op de aankondiging van de dood van Jezus. Doordat ze de boodschap verkeerd begrijpen, overwegen ze een aardse oplossing voor een geestelijke kwestie. De tekst legt uit hoe de zending van de Messias door de kruisiging wordt geopenbaard, waardoor de leerlingen uiteindelijk de ware betekenis ervan gaan begrijpen. Het hier vastgelegde moment toont de weg van onbegrip naar waar geloof.
Lukas 22.38 (De Heilige Schrift 1917) :En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER318
De weg die naar de hemel leidt
Het artikel ontsluit Johannes 14.1-15, waar Jezus zijn discipelen troost door te beloven hun een plaats bij de Vader te bereiden. Het benadrukt zijn unieke middelaarschap en de eenheid met God, en belooft tegelijk de Heilige Geest om de apostelen te leiden.
Lukas 22.14-18 (De Heilige Schrift 1917) :En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER327
Vertrek naar de Olijfberg
Het artikel behandelt het vertrek van Jezus en zijn leerlingen naar de Olijfberg na het laatste avondmaal, waar zij, na het zingen van de psalmen, naar een plaats vol profetische betekenis gaan, vlak bij de plek van de toekomstige kruisiging.
Mattheüs 26.30 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER328
Halt in Getsemane
Het artikel ‘PER328 - Halt in Getsemane’ onderzoekt de betekenis van de episode in Getsemane in de evangeliën. Het benadrukt het lijden en het gebed van Jezus vóór zijn arrestatie en duidt dit moment als een onderwijzing over het gebed en de overgave aan Gods wil.
Johannes 18.1 (De Heilige Schrift 1917) :Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER329
De strijd in het gebed
Het artikel analyseert het gebed van Jezus in Getsemane, dat zijn menselijk lijden en zijn onderwerping aan de goddelijke wil illustreert. Het benadrukt de historische en bijbelse context van de gebeurtenis en biedt een theologische bezinning op de verlossende zending van Jezus en op de oproep om te waken en te bidden in de beproeving.
Lukas 22.39-46 (De Heilige Schrift 1917) :En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER330
De groep onder leiding van Judas Iskariot komt aan
Het artikel behandelt de arrestatie van Jezus door Judas Iskariot in de hof van Getsemane, zoals beschreven in de Evangeliën. Het analyseert de context en de betekenis van deze sleutelgebeurtenis in het lijden van Jezus en onderzoekt de verslagen van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.
Mattheüs 26.47-56 (De Heilige Schrift 1917) :En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?Terzelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER331
De arrestatie
Dit artikel behandelt de arrestatie van Jezus in de hof van Getsemane, zoals die in de Evangeliën wordt verteld. Het belicht het verraad van Judas en de reactie van de soldaten op de verklaring van Jezus, waaruit zijn beheersing van de situatie blijkt.
Lukas 22.47-53 (De Heilige Schrift 1917) :En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER332
Het verzet van de discipel Petrus en de genezing van Malchus
Dit artikel behandelt de arrestatie van Jezus in Getsemane, waar Petrus in een impulsief gebaar het oor van Malchus afhakt. Jezus kalmeert de situatie door Malchus te genezen, waarmee hij zijn goddelijke zending onderstreept en het geweld verwerpt, overeenkomstig de Schriften. Hij toont zijn beheersing en de goddelijke liefde, zelfs jegens degenen die hem arresteren.
Johannes 18.10-11 (De Heilige Schrift 1917) :Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER333
De woorden van Jezus de Messias tot de menigte bij de arrestatie
Dit artikel onderzoekt de arrestatie van Jezus in de hof van Getsemane, waarbij zijn kalmte en zijn bereidheid om het goddelijke plan te vervullen worden benadrukt. Met zijn woorden legt hij de tegenstrijdigheden van de religieuze autoriteiten bloot en onderstreept hij zijn beheersing van de situatie, waarbij hij zijn verlossende zending uit liefde voor de mensheid openbaart.
Lukas 22.52 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER334
De vlucht van de leerlingen
Het artikel analyseert de vlucht van de leerlingen bij de arrestatie van Jezus en benadrukt hun angst en de rust van Jezus. Het beschrijft de arrestatie in de hof van Getsemane, de uitleg van de Evangeliën en het contrast tussen de paniek van de leerlingen en de soevereiniteit van Jezus.
Johannes 18.2-12 (De Heilige Schrift 1917) :En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Betrouwbaarheid van de Schrift en andere leerstellige thema’s
-
APO009
Het eerste zegel, de eerste ruiter
APO009 analyseert het eerste zegel van Openbaring (Opb 6.1-2) en het verschijnen van een ruiter op een wit paard. Twee theorieën staan tegenover elkaar: stelt deze ruiter de zegevierende Messias Jezus voor of een bedrieger, ja zelfs de antichrist? Het artikel zet beide standpunten uiteen, benadrukt dat het exegetische debat open blijft en kondigt een parallel aan met de rede van Jezus op de Olijfberg.
Lukas 21 (De Heilige Schrift 1917) :En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen.En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen.En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft ingeworpen.Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen.En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schone stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij:Wat deze dingen aangaat, die gij aanschouwt, er zullen dagen komen, in welke niet een steen op den anderen steen zal gelaten worden, die niet zal worden afgebroken.En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wanneer zullen dan deze dingen zijn, en welk is het teken, wanneer deze dingen zullen geschieden?En Hij zeide: Ziet, dat gij niet verleid wordt; want velen zullen er komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en de tijd is nabij gekomen, gaat dan hen niet na.En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet.Toen zeide Hij tot hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk.En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden.Maar voor dit alles, zullen zij hun handen aan ulieden slaan, en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders, om Mijns Naams wil.En dit zal u overkomen tot een getuigenis.Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult;Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten.En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en magen, en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden.En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil.Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan.Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is.Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen.Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven is.Doch wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land, en toorn over dit volk.En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven;En den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Ziet den vijgeboom, en al de bomen.Wanneer zij nu uitspruiten, en gij dat ziet, zo weet gij uit uzelven, dat de zomer nu nabij is.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is.Voorwaar Ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome.Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op den gansen aardbodem gezeten zijn.Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor den Zoon des mensen.Des daags nu was Hij lerende in den tempel; maar des nachts ging Hij uit, en vernachtte op den berg, genaamd den Olijf berg.En al het volk kwam des morgens vroeg tot Hem in den tempel, om Hem te horen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Bediening van Petrus
-
ADA002
Gesprek van de apostelen met Jezus
Lucas vertelt over het laatste gesprek van Jezus met zijn elf apostelen vóór de hemelvaart (Handelingen 1.4-8). Jezus beveelt hen in Jeruzalem te wachten op de doop met de Heilige Geest, weigert de eschatologische tijden te onthullen die aan de Vader zijn voorbehouden, en vertrouwt hun een universele opdracht toe: zijn getuigen te zijn van Jeruzalem tot aan de uiteinden van de aarde. Deze passage vormt het structurele plan van het boek Handelingen.
Markus 13.32 (De Heilige Schrift 1917) :Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA003
De hemelvaart van Jezus
De hemelvaart van Jezus, die op 12 mei 33 op de Olijfberg plaatsvond, sluit zijn aardse bediening af. In een wolk opgenomen wordt hij bij de Vader ontvangen, terwijl twee engelen zijn glorierijke terugkeer aankondigen. Deze gebeurtenis, die alleen door Lucas wordt verteld, markeert de overgang naar de hemelse bediening van Christus en vormt de grondslag van de eschatologische hoop van de eerste gemeente in afwachting van de wederkomst.
Johannes 16.28 (De Heilige Schrift 1917) :Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA004
De terugkeer en het wachten van de leerlingen
Na de hemelvaart van Jezus (12 mei 33) keren de discipelen vanaf de Olijfberg, een sabbatsreis ver van de stad, terug naar Jeruzalem. Ze komen samen in een bovenkamer, waarschijnlijk het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus, en volharden eensgezind in het gebed, samen met de vrouwen en de familie van Jezus. Deze periode van wachten is een voorafschaduwing van de kenmerken van de jonge gemeente.
Handelingen 12.12 (De Heilige Schrift 1917) :En als hij alles overlegd had, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die toegenaamd was Markus, alwaar velen samenvergaderd en biddende waren.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
-
ANN119
De eschatologische rede op de Olijfberg
Cet article explore le discours eschatologique de Jésus sur le mont des Oliviers, discuté dans les Évangiles de Matthieu, Marc et Luc. Jésus met…