Studies 1 tot 2
-
PER222
De barmhartige Samaritaan
De perikoop PER222 behandelt de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10.25-37), die Jezus vertelde in antwoord op een wetgeleerde die hem een valstrik wilde spannen. Deze gelijkenis, die zich in november van het jaar 32 afspeelt in Betanië aan de overzijde van de Jordaan, leert dat de ware 'naaste' niet bepaald wordt door religie of cultuur, maar door de daad van barmhartigheid. De verachte Samaritaan wordt het voorbeeld van medelijden, een symbolische gestalte van de Messias zelf die de gewonde mensheid te hulp komt.
Lukas 10.25-37 (De Heilige Schrift 1917) :En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.En desgelijks ook een Leviet, als hij was bij die plaats, kwam hij, en zag hem, en ging tegenover hem voorbij.Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem.En des anderen daags weggaande, langde hij twee penningen uit, en gaf ze den waard, en zeide tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat gij meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven, als ik wederkom.Wie dan van deze drie dunkt u de naaste geweest te zijn desgenen, die onder de moordenaars gevallen was?En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER264
De rijke jongeman
Dit artikel analyseert de ontmoeting van de rijke jongeman met Jezus, een perikoop uit de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Het belicht Jezus' onderwijs over het loslaten van materiële zaken en over geloof, en plaatst de gebeurtenis tegelijk in een historische context tussen Chanoeka en Pesach.
Lukas 18.18-23 (De Heilige Schrift 1917) :En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org