• Jozef van Arimathea en Nikodemus leggen het lichaam van Jezus in het graf

    Jozef van Arimathea en Nikodemus, twee leden van de Sanhedrin die Jezus gunstig gezind zijn, begraven zijn lichaam op vrijdag 1 april van het jaar 33, vóór de sabbat. Nikodemus brengt een grote hoeveelheid specerijen mee, Jozef stelt zijn nieuwe graf beschikbaar. Hun moedige en openlijke daad, volbracht volgens de Joodse gebruiken, geeft de begrafenis van de Messias een koninklijk en eervol karakter en markeert hun uittreden uit de terughoudendheid na de kruisiging.

    Lukas 23.50-56 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man,(Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte;Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.En het was de dag der voorbereiding, en de sabbat kwam aan.En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd.En wedergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op den sabbat rustten zij naar het gebod.
    Verder lezen