-
INF053
De codex Bezae
De Codex Bezae Cantabrigiensis is een tweetalig Grieks-Latijns manuscript van het Nieuwe Testament, gedateerd rond 400-420 n.Chr. Het is genoemd naar Theodorus Beza, die het in 1581 aan Cambridge schonk, en bevat de evangeliën en de Handelingen van de apostelen op ongeveer 406 folia. De ongebruikelijke volgorde van de evangeliën (Matteüs, Johannes, Lucas, Marcus) en het feit dat het tot de westerse tekst behoort, maken het tot een uitzonderlijke getuige voor de tekstkritiek en de geschiedenis van de overlevering van de Schrift.
-
INF060
De Nash-papyrus
De Nash-papyrus is een geheel van vier fragmenten van Hebreeuwse papyrus uit ongeveer 150 tot 100 voor Christus, in 1898 in Egypte verworven en bewaard in Cambridge. Hij bevat de Tien Geboden, waarin Exodus 20 en Deuteronomium 5 zijn gecombineerd, en het begin van het Sjema Israël. Vóór de handschriften van Qumran was hij het oudste bekende Hebreeuwse bijbelhandschrift, en hij blijft een kostbaar getuigenis van de overlevering van de Schrift.
Deuteronomium 5.6-21 (De Heilige Schrift 1917) :Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel, of onder op de aarde is; of in het water onder de aarde is;Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, en aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.Gij zult den Naam des HEEREN, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden dengene, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft.Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen;Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult.Eert uw vader, en uw moeder, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.Gij zult niet doodslaan.En gij zult geen overspel doen.En gij zult niet stelen.En gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.En gij zult niet begeren uws naasten vrouw; en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org