De Nash-papyrus is een geheel van vier papyrusfragmenten, in 1898 in Egypte verworven door W. L. Nash, secretaris van de Society of Biblical Archaeology. Hier volgen enkele belangrijke gegevens erover:
Geschiedenis
Datum: De fragmenten dateren uit ongeveer 150 tot 100 voor Christus, hoewel Stanley A. Cook ze aanvankelijk in de 2e eeuw na Christus dateerde.
Ontdekking: Ze werden voor het eerst beschreven door Stanley A. Cook in 1903 en worden momenteel tentoongesteld in de Universiteitsbibliotheek van Cambridge.
Samenstelling
Tekst: De papyrus bevat de Tien Geboden in het Hebreeuws, gevolgd door het begin van het gebed Sjema Israël.
Formaat: Hij is vierentwintig regels lang, waarbij aan elke rand enkele letters ontbreken.
Herkomst: Zijn precieze herkomst is onbekend, maar hij komt waarschijnlijk uit het gebied van de Fayoum in Egypte.
Belang
Tekst: De tekst van de Tien Geboden combineert delen van Exodus 20.2-17 met delen van Deuteronomium 5.6-21.
Varianten: Sommige vervangingen in de papyrus komen ook voor in de Exodusversie van de Septuaginta, een Griekse vertaling van de .
Merkwaardigheid: Een merkwaardigheid is het weglaten van de uitdrukking "slavenhuis" voor Egypte, wat erop kan wijzen waar de papyrus is opgesteld.
De Nash-papyrus is een kostbaar historisch document dat inzicht geeft in de oude bijbelse teksten en hun overlevering door de eeuwen heen.