• In welke taal sprak Jezus?

    Het artikel CTD043 beantwoordt de zogenaamde tegenspraak tussen Matteüs ('Eli, Eli...') en Marcus ('Eloï, Eloï...') over de kreet van Jezus aan het kruis. De taalkundige analyse toont dat Jezus Aramees sprak (zoals blijkt uit 'sabachthani' in beide teksten) en dat het verschil tussen 'Eli' (Hebreeuwse vorm) en 'Eloï' (Aramese vorm) eenvoudig de aanpassing van elke evangelist aan zijn lezerspubliek weerspiegelt. Er is geen enkele tegenspraak.

    Lukas 4.16-21 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen.En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; (4:19) Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid;om te prediken het aangename jaar des Heeren.En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
    Verder lezen