-
PER106
De bergrede (22), wie mij Heer noemen
Dit artikel onderzoekt de bergrede, waarin Jezus spreekt over vermeende leerlingen die Hij niet erkent. Het vergelijkt de evangelisten Matteüs en Lucas en behandelt de oprechtheid van het geloof die nodig is om Gods Koninkrijk binnen te gaan, voorbij etnische afkomst en wonderdaden.
Lukas 17.7-10 (De Heilige Schrift 1917) :En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org