• De arrestatie van Stefanus

    Het artikel analyseert de arrestatie van Stefanus (Handelingen 6.8-12) in Jeruzalem omstreeks 34-35 n.Chr. Hoewel hij is aangewezen als een van de Zeven, oefent Stefanus een opmerkelijke apostolische bediening uit. Zijn getuigenis wekt het verzet van Hellenistische Joden die, omdat ze hem niet kunnen weerleggen, hun toevlucht nemen tot valse getuigen om hem voor het Sanhedrin te laten verschijnen. Lucas onderstreept de parallellen met het proces tegen Jezus en de geleidelijke uitbreiding van de vervolging tot de hele gemeente.

    Handelingen 5.34-39 (De Heilige Schrift 1917) :
    Maar een zeker Farizeer stond op in den raad, met name Gamaliel, een leraar der wet, in waarde gehouden bij al het volk, en gebood, dat men de apostelen een weinig zou doen buiten staan.En hij zeide tot hen: Gij Israelietische mannen, ziet voor u, wat gij doen zult aangaande deze mensen.Want voor deze dagen stond Theudas op, zeggende, dat hij wat was, dien een getal van omtrent vierhonderd mannen aanhing; welke is omgebracht, en allen, die hem gehoor gaven, zijn verstrooid en tot niet geworden.Na hem stond op Judas, de Galileer in de dagen der beschrijving, en maakte veel volks afvallig achter zich; en deze is ook vergaan, en allen, die hem gehoor gaven, zijn verstrooid geworden.En nu zeg ik ulieden: Houdt af van deze mensen, en laat hen gaan; want indien deze raad, of dit werk uit mensen is, zo zal het gebroken worden.Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.
    Verder lezen