-
ADA005
De keuze van Matthias
Analyse van Handelingen 1.15-26, waarin de verkiezing van Matthias ter vervanging van Judas Iskariot wordt verteld. Petrus, de natuurlijke woordvoerder van de discipelen, grondt de noodzaak van deze vervanging op de Psalmen. De apostolische criteria worden nader bepaald: Jezus hebben gevolgd vanaf zijn doop en getuige zijn van zijn opstanding. Matthias wordt ten slotte na gebed door loting aangewezen, waarmee het college van de Twaalf, symbool van de twaalf stammen van Israël, wordt hersteld.
Johannes 21.15-19 (De Heilige Schrift 1917) :Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren.Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen.Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt.En dit zeide Hij, betekenende, met hoedanigen dood hij God verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org