INF128

De Vier Soorten

De Vier Soorten (in het Hebreeuws Arba'at HaMinim) zijn vier planten die de Thora voorschrijft samen te nemen en te zwaaien tijdens het feest van Soekot. Ze worden…

2 min

De Vier Soorten

De Vier Soorten (in het Hebreeuws Arba'at HaMinim) zijn vier planten die de voorschrijft samen te nemen en te zwaaien tijdens het feest van . Ze worden genoemd in Leviticus 23.40 en staan centraal in een symbolisch ritueel dat rijk is aan betekenis.

Dit zijn de vier soorten:

  1. De loelav – een rechte tak van de dadelpalm.
  2. De hadass – drie takjes mirte.
  3. De aravah – twee takken wilg.
  4. De etrog – een cederappel, een vrucht die op een grote citroen lijkt.

Deze soorten worden samen vastgehouden (behalve de etrog, die apart wordt vastgehouden) en tijdens het gebed in zes richtingen geschud (oost, west, noord, zuid, omhoog, omlaag), vooral bij het reciteren van de Hallel (Psalmen 113 tot 118). Dit gebaar symboliseert de ssoevereiniteit van God over heel de schepping en drukt een gebed uit om regen en om de vruchtbaarheid van het land.

Volgens de rabbijnse traditie staat elke soort voor een type mens of een geestelijke eigenschap, en symboliseert hun eenheid de eenheid van het volk Israël in zijn verscheidenheid.