PER014

De genealogie of de genealogieën

Het artikel onderzoekt Jezus' genealogieën bij Matteüs en Lucas, die zowel zijn koninklijke afstamming via Jozef als zijn menselijkheid via Maria weerspiegelen. Deze aanvullende verhalen benadrukken Jezus' goddelijke en menselijke tweeledigheid en versterken zijn messiaanse legitimiteit.

4 min genealogie Matteüs Lucas 2 verzen 2 boeken

Naslag

Bijbelteksten

Matteüs
Mattheüs 1.1-17 (De Heilige Schrift 1917)

Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.

Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;

En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;

En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;

En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;

En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;

En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;

En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.

En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;

En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Elihud;

En Elihud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;

En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus.

Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische overvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische overvoering tot Christus, zijn veertien geslachten.

Marcus
Markus (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek
Lucas
Lukas 3.23-38 (De Heilige Schrift 1917)

En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,

Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,

Den zoon van Mattathias, den zoon van Amos, den zoon van Naum, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,

Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,

Den zoon van Johannes, den zoon van Rhesa, den zoon van Zorobabel, den zoon van Salathiel, den zoon van Neri,

Den zoon van Melchi, den zoon van Addi, den zoon van Kosam, den zoon van Elmodam, den zoon van Er,

Den zoon van Joses, den zoon van Eliezer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,

Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,

Den zoon van Meleas, den zoon van Mainan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,

Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,

Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,

Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,

Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,

Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

Johannes
Johannes (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek

Technische details

Plaats: Betlehem in Judea

Datum: 12 oktober -2 v.Chr. Het feest van , of Loofhutten, begint op 15 tisjri, 11 oktober -2 v.Chr. in onze gregoriaanse kalender, en duurt zeven dagen

Werkwijze: We keren terug naar Matteüs

Opmerking over de werkwijze: Matteüs en Lucas bieden een genealogie

De eerste volkstelling van Quirinius

Alleen Matteüs en Lucas geven een genealogie

De genealogie van Jezus

Genealogie van Jezus

Commentaren

Matteüs weet hoe belangrijk het voor zijn betoog is Jezus' afkomst tot koning David te benadrukken. De koninklijke Messias moet noodzakelijk van Juda en David afstammen. Herodes de Grote, die toen regeerde en zich koning liet noemen, kon in Joodse ogen geen officiële aanspraak op die titel maken, omdat hij niet uit die koninklijke lijn stamde.

De ‘Koning van de Joden’ kan alleen een nakomeling van Juda en David zijn. Matteüs' lijst geeft Jozefs afkomst weer. De redenering is duidelijk: volgens het Joodse recht van die tijd erfde Jezus de Messias deze koninklijke afstamming via zijn adoptievader Jozef en kon hij dus de titel Koning van de Joden opeisen.

We bespreken ook de vijf vrouwen die in deze lijst worden genoemd, iets heel ongebruikelijks.

Lucas noemt de leeftijd van Jezus de Messias bij zijn doop. Het woord ‘ongeveer’ laat geen marge van meerdere jaren toe. We denken juist dat Lucas zoals gewoonlijk nauwkeurig was en deze informatie controleerde.

We gebruiken dit gegeven daarom om de geboortedatum van Jezus de Messias te berekenen. Zoals gezegd is dit een andere genealogie, die van Maria, terwijl Matteüs die van Jozef presenteert. We verklaren deze keuze in bijlage 10: ‘De twee genealogieën van Jezus de Messias’.

Lucas hield rekening met de moeite die een niet-Jood kon hebben om deze adoptieve afstamming te begrijpen; die zou als misleiding kunnen worden gezien.

Wat heeft de genealogie voor nut van iemand die geen rol speelde bij de geboorte van het kind?

Zijn onderzoek toont aan dat ook Maria uit een koninklijke lijn stamt. Joden wijzen een genealogie van moederskant doorgaans af, maar Lucas richt zich tot niet-Joden. Deze verrassende afstamming via de moeder volgt uit de unieke aard van Jezus de Messias' geboorte.

De menselijkheid van Jezus de Messias, door Maria overgedragen, wordt door Lucas bevestigd, zijn koningschap door Matteüs. Ook Lucas erkent Jezus' koningschap, al is dit niet zijn hoofddoel. Hij noemt Jezus de Messias de Zoon van God, een voor Joden moeilijk te aanvaarden uitspraak, maar hij richt zich tot bekeerde heidenen.