-
PER361
Jozef van Arimathea vraagt het lichaam van Jezus
Jozef van Arimathea, een vooraanstaand lid van het Sanhedrin en heimelijk leerling van Jezus, vraagt Pilatus moedig om uitlevering van het lichaam van de Gekruisigde. Samen met Nikodemus zorgt hij voor een waardige begrafenis in zijn eigen nieuwe graf, voordat de sabbat begint. Deze episode, die door alle vier de evangeliën wordt bevestigd, laat de overgang zien van terughoudendheid naar een openlijke geloofsdaad op het moment dat de naaste leerlingen zich schuilhouden.
Deuteronomium 21.22-23 (De Heilige Schrift 1917) :Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods waardig is, dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben;Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org