-
PER342
Het tragische einde van Judas Iskariot
Alleen Matteüs vertelt over het tragische einde van Judas Iskariot. Na de veroordeling van Jezus werpt Judas, overmand door wroeging, de dertig zilverstukken in het heiligdom van de tempel en maakt een einde aan zijn leven. De priesters kopen met dit geld het pottenbakkersveld, dat Hakeldama wordt genoemd. Deze episode laat zien hoe onomkeerbaar verraad is en hoe wanhopig een mens is die geen vergeving kan aanvaarden.
Mattheüs 27.3-9 (De Heilige Schrift 1917) :Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was, berouw gehad, en heeft de dertig zilveren penningen den overpriesters en den ouderlingen wedergebracht,Zeggende: Ik heb gezondigd, verradende het onschuldig bloed! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Gij moogt toezien.En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven.En de overpriesters, de zilveren penningen nemende, zeiden: Het is niet geoorloofd, dezelve in de offerkist te leggen, dewijl het een prijs des bloeds is.En te zamen raad gehouden hebbende, kochten zij daarmede den akker des pottenbakkers, tot een begrafenis voor de vreemdelingen.Daarom is die akker genaamd de akker des bloeds, tot op den huidigen dag.Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren penningen genomen, de waarde des Gewaardeerden van de kinderen Israels, Denwelken zij gewaardeerd hebben;De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org