Hier volgen enkele bijbelpassages die vaak aan de elohistische bron (E) worden toegeschreven. Deze bron gebruikt vooral de goddelijke naam Elohim en onderscheidt zich door een formelere stijl en door verhalen waarin God zich openbaart door dromen en engelen.
Genesis 20.1-18: het verhaal van Abraham en Abimelech. God (Elohim) verschijnt aan Abimelech in een droom om hem te waarschuwen Sara, de vrouw van Abraham, niet te nemen.
Genesis 21.8-21: de verdrijving van Hagar en Ismaël. God (Elohim) hoort het roepen van het kind en zendt een engel om Hagar te troosten en haar een waterput te tonen.
Genesis 22.1-19: de offerande van Isaak. God (Elohim) stelt Abraham op de proef door hem te vragen zijn zoon Isaak te offeren, maar een engel van God houdt hem op het laatste moment tegen.
Genesis 28.10-22: de droom van Jakob in Bethel. God (Elohim) verschijnt aan Jakob in een droom en belooft hem het land waarop hij slaapt en talrijke nakomelingen.
Genesis 31.1-55: de vlucht van Jakob uit het huis van Laban. God (Elohim) verschijnt aan Laban in een droom en gebiedt hem Jakob geen kwaad te doen. Jakob vertelt vervolgens hoe God (Elohim) hem tijdens heel zijn verblijf bij Laban heeft geleid.
Exodus 1.1-2.25: de onderdrukking van de Israëlieten in Egypte. Deze passage beschrijft de opkomst van Mozes en de roeping door God (Elohim) om zijn volk te bevrijden.
Exodus 3.1-15 (gedeeltelijk): de roeping van Mozes. God (Elohim) spreekt tot Mozes door middel van de brandende braamstruik, hoewel deze passage ook elementen van de bevat.
Deze voorbeelden zijn gebaseerd op de analyse van de taalkundige en theologische kenmerken die aan de elohistische bron worden toegeschreven. De precieze toeschrijving kan variëren naargelang de interpretatie van de onderzoekers.