INF154

Het koninkrijk der hemelen bij Matteüs

We kunnen ons afvragen waarom Matteüs de vorm „koninkrijk der hemelen” gebruikt. Deze uitdrukking vinden we niet bij Marcus, Lucas…

6 min 9 verzen 1 boek

Het koninkrijk der hemelen bij Matteüs

We kunnen ons afvragen waarom Matteüs de vorm „koninkrijk der hemelen” gebruikt. Deze uitdrukking vinden we niet bij Marcus, Lucas en Johannes, die „koninkrijk van God” gebruiken.

Sommige uitleggers geven de volgende verklaring: de Joden vermeden uit respect het gebruik van de naam van God en gaven daarom de voorkeur aan het woord „hemelen” om de godheid aan te duiden. Toch gebruikt Matteüs vijf keer de uitdrukking „God” als hij over het koninkrijk spreekt (Mattheüs 6.33, Mattheüs 12.28, Mattheüs 19.24, Mattheüs 21.31 en Mattheüs 21.43), en bovendien gebruikt hij bij diverse gelegenheden bijna 45 keer het woord God.

Matteüs probeert dus een onderscheid te maken tussen het Koninkrijk der hemelen (32 keer) en het koninkrijk van God (5 keer).

Het „koninkrijk van God” duidt uitsluitend de geredde mensen aan, terwijl het „koninkrijk der hemelen” zowel de geredden omvat als anderen die zich als christen voordoen zonder het werkelijk te zijn. Dit onderscheid komt vooral tot uiting in de van het onkruid en het goede zaad (Mattheüs 13.24-30, Mattheüs 13.36-43), in die van het mosterdzaad (Mattheüs 13.31-32) en ook in de van het net (Mattheüs 13.47-52). We komen uitvoerig terug op dit nieuwe aspect van het koninkrijk, waarvan in het Oude Testament nergens sprake is, wanneer we deze gelijkenissen in detail bestuderen.