Matteüs benadrukt uitdrukkelijk dat Jezus werd geboren tijdens de regering van Herodes. Historici dateren de dood van Herodes doorgaans in het jaar 4 v.Chr. Op grond van de gegevens van Daniël en Lucas brengen onze berekeningen ons echter tot de mogelijke geboortedatum van Jezus in oktober van het jaar 2 v.Chr.
Hoe is zo'n verschil te verklaren?
In de bijlage ANN011: De dood van koning Herodes zetten wij de redenen uiteen waarom het aannemelijk is het overlijden van deze vorst in het jaar 1 v.Chr. te dateren.
In de bijlage ANN012: De wijzen uit het Oosten beschrijven wij de reis van deze mannen uitvoerig. Matteüs, de enige die deze gebeurtenis vertelt, blijft trouw aan zijn doel om Jezus' koningschap aan te tonen. Het leek hem dan ook logisch de wereld te laten weten van dit ogenblik waarop aanzienlijke personen een koning, het kind Jezus, komen aanbidden en geschenken aanbieden.
De ster die deze mannen leidt, is naar onze overtuiging een historisch aangetoond verschijnsel. Wij gaan hier dieper op in in de bijlage ANN013: De ster van Betlehem.
Wij zullen ook het gedrag van Herodes de Grote analyseren. Zijn verklaring dat ook hij het kind wilde aanbidden, was door en door huichelachtig. Toch had zij de wijzen overtuigd, die van plan waren naar Jeruzalem terug te keren.
Er is geen reden om het bezoek van de wijzen als louter verzonnen te beschouwen.
Integendeel, de rijkdom en nauwkeurigheid van de details nodigen ons uit deze gebeurtenis als een historisch feit te behandelen. Bovendien is deze episode bepalend voor het overhaaste vertrek van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte: zij moeten deze reis bekostigen. De geschenken van de wijzen zullen een uitkomst blijken.