INF221

Aantekening over de data

In 609 v.Chr. had het besluit van Josia, koning van Juda, om zich te verzetten tegen Necho, farao van Egypte (2 Kronieken 35.20-24), dramatische gevolgen…

5 min 4 verzen 3 boeken

Aantekening over de data

In 609 v.Chr. had het besluit van Josia, koning van Juda, om zich te verzetten tegen Necho, farao van Egypte (2 Kronieken 35.20-24), dramatische gevolgen voor het koninkrijk. Tijdens de slag in de vallei van Megiddo kwam Josia om het leven (2 Kronieken 35.22-24), waarmee een einde kwam aan zijn 31 jaar van regering. Op dat moment was Daniël nog maar een jongen van ongeveer 10 jaar. Deze leeftijd is vastgesteld op basis van onze analyses, met name door de duur van Daniëls verblijf in Babel in aanmerking te nemen.

Na het heengaan van Josia maakt het koninkrijk Juda een periode van grote politieke instabiliteit door. Vier jaar later zit het klem tussen de rivaliserende ambities van Egypte en Babel. In 605 v.Chr. voert Nebukadnezar II, koning van Babel, nadat hij de Assyriërs en de Egyptenaren bij Karkemis had verslagen, een deel van de bevolking van Juda in gevangenschap weg, onder wie Daniël en zijn metgezellen. Daniël is dan ongeveer 14 jaar oud. De toewijding en de trouw van deze vier jonge mannen, Daniël, Hananja, Misaël en Azarja, aan hun God vallen in deze moeilijke context bijzonder op.

Deze deportatie vormt het hoogtepunt van een lange periode van politieke en maatschappelijke achteruitgang, een verval dat was aangekondigd door de woorden van de profeet Jeremia 25.11. De vreedzame regering van Josia heeft een val die door niets kon worden voorkomen slechts uitgesteld. Hoewel de economische en maatschappelijke crisis verband lijkt te houden met de schatting die de Egyptenaren oplegden, ligt de diepere oorzaak van deze toestand in het afvallen van het volk van God.

Volgens onze schattingen eindigen de drie opleidingsjaren van de vier jongemannen in 603, het jaar waarin Daniël de leeftijd van 17 jaar zou hebben bereikt.

De data worden vermeld in de verschillende gedeelten van het boek Daniël, zoals de volgende passage verduidelijkt: Daniël 9.1-2 () “In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht der Meden, die koning geworden was over het rijk der Babyloniërs, in het eerste jaar van zijn regering, merkte ik, Daniël, in de boeken het getal van de jaren op waarvan de tot de profeet Jeremia had gesproken, dat de verwoesting van Jeruzalem 70 (jaar) zou duren.” Deze aanwijzingen maken het mogelijk de data van de verschillende verhaalde gebeurtenissen nauwkeurig te bepalen.