Daniël 2 vertelt over een buitengewone gebeurtenis aan het begin van de regering van Nebukadnezar. De koning van Babel krijgt een droom die hem diep verontrust. Hij eist van zijn wijzen dat zij hem niet alleen de betekenis ervan bekendmaken, maar ook de inhoud van de droom zelf.
Niemand kan antwoorden.
Daniël en zijn metgezellen wenden zich dan tot God. In de nacht wordt het geheim aan Daniël geopenbaard.
De jonge Judeeër ziet een enorm beeld dat uit verschillende materialen bestaat. Het stelt een opeenvolging van menselijke koninkrijken voor. Uiteindelijk treft een steen van niet-menselijke oorsprong het beeld, vernietigt het volledig en wordt een grote berg die de hele aarde vult.
Maar de kernboodschap van Daniël 2 bestaat niet alleen uit het identificeren van de koninkrijken die door dit beeld worden voorgesteld.
Het hoofdstuk geeft antwoord op een fundamentelere vraag:
Wie bestuurt werkelijk de geschiedenis?
Het antwoord van Daniël is duidelijk: koningen regeren een tijdlang, rijken komen op en verdwijnen weer, maar God blijft soeverein.