Daniël 2 begint als volgt:
„In het tweede jaar van zijn regering had Nebukadnezar dromen. Zijn geest werd verontrust en hij kon niet slapen” (Daniël 2.1).
Het vorige hoofdstuk had aangegeven dat de jonge Judeeërs die voor de koninklijke dienst waren uitgekozen drie jaar lang opgeleid moesten worden:
„De koning wees hun voor elke dag een deel toe van de gerechten van zijn tafel en van de wijn die hij dronk. Hij wilde hen drie jaar lang opleiden, waarna zij in dienst van de koning zouden treden” (Daniël 1.5).
Aan het einde van deze periode worden Daniël en zijn vrienden door Nebukadnezar onderzocht en tot zijn dienst toegelaten (Daniël 1.18-20).
Bij een eerste lezing rijst dus een vraag: hoe kan Daniël drie jaar opleiding hebben voltooid vóór een gebeurtenis in het tweede regeringsjaar van Nebukadnezar?
De moeilijkheid is reëel, maar hangt gedeeltelijk af van de manier waarop de jaren worden geteld.