-
PER372
De verschijning van de Messias Jezus aan Petrus
De verschijning van de opgestane Jezus aan Simon Petrus wordt bevestigd door Lucas 24.34 en 1 Korintiërs 15.3-5, maar geen enkele evangelist beschrijft de inhoud ervan. Deze innige ontmoeting, die op zondag 3 april van het jaar 33 n.Chr. wordt geplaatst, na de verschijningen aan de vrouwen en vóór die aan de Emmaüsgangers, lijkt een persoonlijke verzoening tussen Jezus en Petrus te zijn na diens verloochening. Petrus zou zo de eerste apostel zijn geweest die de opgestane Heer zag.
Lukas 24.36-49 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.En Hij nam het, en at het voor hun ogen.En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.En gij zijt getuigen van deze dingen.En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org