De deuteronomistische (of deuteronomische) bron, vaak afgekort tot D, is een van de vier hypothetische bronnen van de volgens de documentenhypothese. Hier volgen enkele essentiële punten:
Oorsprong en definitie
Documentenhypothese: Deze hypothese stelt dat de is samengesteld uit vier afzonderlijke bronnen: (J), (E), deuteronomistisch (D) en priesterlijk (P).
Naam: De deuteronomistische bron heeft haar naam te danken aan haar nauwe verband met het boek Deuteronomium.
Kenmerken
Stijl en thema: Zij wordt gekenmerkt door een homiletische stijl en een theologisch perspectief dat draait om de trouw aan het verbond tussen God en Israël, met nadruk op de wetten en de religieuze hervormingen.
Toegeschreven passages: Behalve aan Deuteronomium worden deuteronomistische invloeden vaak toegeschreven aan de geschiedboeken, zoals Jozua, Richteren, 1 Samuël, 2 Samuël, 1 Koningen en 2 Koningen.
Datering en oorsprong
Datering: De deuteronomistische bron wordt over het algemeen gedateerd in de 7e eeuw vóór onze jaartelling, in de tijd van koning Josia van Juda.
Redactie: Zij kan zijn opgesteld door priesters en schriftgeleerden uit de omgeving van de tempel van Jeruzalem, in het kader van de religieuze hervormingen van Josia, die erop gericht waren de eredienst in de tempel van Jeruzalem te centraliseren.
Geldigheid en aanvaarding
Geldigheid: Hoewel zij door veel onderzoekers breed wordt aanvaard, blijft het bestaan van de deuteronomistische bron een hypothese, en er zijn ook andere modellen voorgesteld om het ontstaan van de te verklaren.
De deuteronomistische bron is dus een belangrijk theoretisch onderdeel om de structuur en de ontwikkeling van de bijbelse teksten te begrijpen, in het bijzonder wat de wetten en het verbond betreft.