-
PER373
De wachters waarschuwen de Joodse autoriteiten
Matteüs 28.11-15 vertelt dat de wachters van het graf, onvrijwillige getuigen van de opstanding, naar de Joodse autoriteiten gingen. Deze omkochten hen om de bewering te verspreiden dat de discipelen het lichaam hadden gestolen. Het artikel analyseert de apologetische waarde van deze getuigenis van buiten de christelijke kring en de tegenstrijdigheden van de officiële lezing, en benadrukt dat deze episode, die alleen bij Matteüs voorkomt, past in de paaschronologie van zondag 3 april van het jaar 33.
Mattheüs 28.11-15 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten den overpriesters al de dingen, die geschied waren.En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel gelds,En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.En indien zulks komt gehoord te worden van den stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken, dat gij zonder zorg zijt.En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org